Zo kwam een 500 jaar oud scheepswrak per toeval boven water bij Terschelling
Bij het opruimen van de rommel van de MSC Zoe zijn per toeval resten van een eeuwenoud scheepswrak gevonden. Een wrak met een zeer waardevolle lading: 13.000 kilo koper.
Het was de lading van een schip dat vermoedelijk in 1546 verging in de Waddenzee bij Terschelling, blijkt uit onderzoek van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
Het schip werd toevallig gevonden, zo'n 15 kilometer ten noorden van de vaargeul Terschelling - Duitse bocht.
Thijs Coenen van de Rijksdienst is enthousiast over de vondst. "Als die containers niet van het schip waren gevallen, hadden we vermoedelijk nooit geweten dat hier een eeuwenoud scheepswrak lag."
In de nacht van 1 op 2 januari 2019 verloor het vrachtschip MSC Zoe 342 containers ten noorden van de Waddeneilanden. Het is een van de grootste ecologische rampen die we ooit in Nederland hebben meegemaakt.
Ook al zijn de stranden inmiddels zo goed als opgeruimd, onder water ligt er, nu ruim vijf jaar later, nog 800.000 kilo afval.
De berger dacht in eerste instantie dat er op de plek van het schip containers lagen. Hij greep met zijn knijper naar beneden en stootte op het scheepswrak.
De Rijksdienst is in de zomer van 2019 naar de plek toe gegaan om het schip verder te onderzoeken.
"Al uit de eerste analyses bleek dat het om een heel oud wrak ging met koper van de familie Fugger", vertelt Coenen.
Dat was een Duitse handelsfamilie met veel geld en invloed. Hun financiële en politieke macht reikte tot de hoogste Europese vorstenhuizen.
Jaarringen
Die lading koper heeft het wrak in feite beschermd tegen erosie en paalworm. Daardoor konden de balken van het schip worden onderzocht.
Uit onderzoek naar de jaarringen bleek dat het hout in 1537 of 1538 gekapt is. Het schip is dus omstreeks 1540 gebouwd, in Holland of Noordwest-Duitsland. Het hout kwam uit Duitsland.
"In die tijd importeerde Nederland veel hout omdat eigenlijk al onze grote bossen al gekapt waren. Maar we zien aan de bepaalde bouwelementen en constructiewijzen dat het mogelijk een Nederlands schip is, omdat we die bouwwijze hier in Nederland veel vaker hebben gezien", aldus Coenen.
Monopolie op koper
De familie Fugger had in de wereld van toen het monopolie op de koperhandel. Het koper werd vervoerd in platen of halve bollen.
"De platen waren bedoeld voor munten, potten of misschien wel dakbedekking. De bollen werden gebruikt voor het gieten van klokken of kanonnen. Het interessante van dit schip is dat we alleen maar platen hebben gevonden en geen bollen."
Interessant is dat in 1546 de halve bollen van de herfstvloot van de Fluggers in Bremen in beslag werden genomen. Het schip bij Terschelling hoorde mogelijk bij dezelfde vloot.
De koperen platen in het schip komen uit de mijnen van Neusohl (nu in Slowakije) en waren mogelijk onderweg naar muntslagerijen in Amsterdam of Antwerpen.
Het koper moet toen al van grote waarde zijn geweest. Daarom verdeelde de familie de lading vaak over meerdere schepen. "Zodat als er een schip zou vergaan ze niet gelijk groot kapitaal kwijt waren."
Er zijn in het verleden meer schepen gevonden met een lading koper van de familie Fugger, maar van een heel aantal schepen is niet duidelijk wat het is geweest.
Door de combinatie van archeologisch en historisch onderzoek konden de onderzoekers een lijst van schepen samenstellen die het mogelijk zijn geweest. Historische bronnen tonen aan dat er destijds veertien Bremerschippen met koper op de Sont hebben gevaren.
Naar musea
De platen worden nu opgeslagen in het depot van de Rijksdienst. "Vervolgens kunnen ze in een museum terechtkomen, als het museum ze wil hebben. Dan kunnen ze in bruikleen naar een tentoonstelling worden gebracht."
Een museum in Cuxhaven (Duitsland) heeft zijn kans al gepakt, dat heeft al een paar platen staan.