Hoe Albertine Agnes de Oranjes naar Oranjewoud bracht
Dat Oranjewoud vroeger iets te maken had met onze koninklijke familie is wel bekend, maar hoe het precies zit weet lang niet iedereen. Jochem Liemburg en Gerard van der Werf weten er wel van alles van.
Zij hebben zich erin verdiept en leiden excursies door het park. De jaartallen en dubbele adellijke namen vliegen je dan om de oren. Het is bijna een wedstrijd wie het meest kan vertellen over de families die vroeger in Oranjewoud kwamen.
"Het is begonnen bij Albertine Agnes van Oranje-Nassau", zo zegt Jochem Liemburg. "Ze woonde in Leeuwarden en ze wilde een 'buiten' hebben voor de zomer. Ze liet haar oog hierop vallen. En er stond wel een boerderijtje, maar het was hier ruw. Wildernis."
Albertine Agnes was getrouwd met de Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau-Dietz. Ze kregen drie kinderen, maar de jongste werd maar een paar jaar. Toen Willem-Frederik overleed werd ze regentes voor haar zoon Hendrik Casimir II.
Achternicht en achterneef
"Willem Frederik was van de Friese Nassaus", vult Gerard van der Werf aan. "Ze was van de Oranjes uit Den Haag. Zo kwamen de Nassaus en Oranjes bij elkaar. Ze waren achterneef en achternicht."
Albertine Agnes wilde in Oranjewoud net zo'n paleis als Het Loo.
Op het landgoed bij Heerenveen liet ze lange lanen, singels en tuinen aanleggen. Bovendien liet ze een paleis bouwen: paleis Oranjewoud.
Jochem Liemburg: "Paleis Het Loo in Apeldoorn was net gebouwd door de Fransman Marot en ze wilde ook zoiets. Het moest ongeveer net zo worden, alleen is het nooit afgebouwd. Er zijn twee vleugels gebouwd, maar ze zijn niet aan het middenstuk toegekomen."
Op een bepaald moment moesten ze verhuizen naar Den Haag om te regeren, want de Hollandse tak was uitgestorven. Zodoende kwamen ze niet zo vaak meer in Oranjewoud.
Wie wel regelmatig naar Oranjewoud toe kwam was 'Marijke Meu', Maria Louise van Hessen-Kassel.
"Dat was een sterke vrouw. Haar man, Johan Willem Friso kwam al jong te overlijden want hij verdronk en toen nam zij het over. En dat deed ze blijkbaar heel goed, want Marijke Meu was een vleinaam. Mensen waren blij met haar", vertelt Jochem Liemburg.
Paleis Oranjewoud is tussen 1803 en 1805 gesloopt. Het was toen al erg verwaarloosd want de Fransen, die toen aan de macht waren, moesten niets hebben van de adel.
Gerard van der Werf duikt in zijn herinneringen en vertelt: "Toen wij kleine kinderen waren, kon je de mooie steentjes nog zien liggen in de Domineesingel. Die is nu geasfalteerd, maar toen kon je zien aan die steentjes wat voor mooie glas in lood ramen in het paleis had gezeten."
Later is op de plek van het paleis een landgoed gebouwd. De tuin is van een strakke 'Marot'-tuin veranderd in een typische 'Roodbaard'-tuin met slingerende paadjes. De achtertuin, die de vorm heeft van de provincie Fryslân, kijkt uit op museum Belvédère.