Grote kans dat jij deze fouten ook maakt wanneer je Fries spreekt
Op school is er minder Friese les dan Nederlandse, op televisie zijn minder Friese programma's te zien dan Nederlandse, en op straat zijn minder Friese teksten te bekennen dan Nederlandse. Waar wel meer Friese van zijn dan Nederlandse? Fouten.
In de week van het eindexamen Fries maken we een overzicht van de meest gemaakte fouten. De kans is groot dat je zelf een van deze fouten weleens hebt gemaakt.
Werkwoorden omdraaien
De fout die het meest wordt gemaakt, is het omdraaien van de werkwoorden. Dat zegt de organisatie Afûk, die zich bezighoudt met de Friese taal.
Als er een of twee werkwoorden in een zin staan, is in het Fries de volgorde van de woorden hetzelfde als in het Nederlands. Als het er meer dan twee zijn, is er wel een verschil.
In het Fries komt het zelfstandig (hoofd)werkwoord altijd als eerste: waar het om draait, komt vooraan te staan.
Ik zou jou dat fertelle wolle (willen vertellen). Zou je dat even útlizze kinne (kunnen uitleggen)? Zou mama dat dwaan wolle (willen doen)?
Gaan
Volgens de officiële grammatica van het Fries kan gaan alleen worden gecombineerd met de werkwoorden sitte (zitten), stean (staan), lizze (liggen) en hingje (hangen).
Hy giet sitten (hij gaat zitten) is dus correct Fries. Hy giet fytsen (hij gaat fietsen) is dat niet. In dat geval moet het woordje te erbij worden gezegd: Hy giet te fietsen (hij gaat fietsen). Of er moet een andere vorm worden gekozen: Hy sil fytse (hij gaat fietsen).
Onderzoek van taalkundige Henk Wolf laat zien dat deskundigen verdeeld zijn over deze regel.
Blijven
Voor bliuwe gelden dezelfde regels als voor gean, behalve dat bliuwe ook gecombineerd kan worden met wenjen (wonen) en stykjen (steken, vastzitten). Hy bliuwt hjir wenjen is dus correct, hy giet hjir wenjen is dat niet.
De Nederlandse werkwoorden gaan en blijven hebben deze beperkingen niet. Het gaat morgen regenen en hij blijft fietsen zijn prima zinnen. Dat verschil verklaart dat dit in het Fries vaak anders gaat dan hoe het in de grammaticaboekjes staat.
Taalkundige Henk Wolf pleit ervoor om niet te streng te zijn. Taal verandert, zegt hij. Dus ook al staat in de boekjes dat bepaalde vormen niet correct zijn, dan wil dat nog niet zeggen dat er altijd een rode streep doorheen gezet moet worden.
Zo zijn bepaalde voorschriften inmiddels achterhaald, blijkt uit zijn onderzoek, en soms zijn ze ook al aangepast. Het woord leuk werd bijvoorbeeld vaak afgekeurd, omdat het eigenlijk alleen een Nederlands woord is, maar inmiddels wordt het veel gebruikt. Datzelfde geldt voor blond en dik, waarvoor eerder de woorden ljocht en grou gebruikt werden.
'Beppesizzers'
Over het algemeen worden er veel woorden letterlijk vanuit het Nederlands vertaald of compleet overgenomen. Lytsbern (kleinkinderen) en sleutel zijn daar voorbeelden van.
Wat het Fries extra moeilijk maakt, is dat er regionale varianten zijn (zoals Klaai- of Wâldfrysk). Het Nederlandse woord duim bijvoorbeeld is zowel tomme (Klaaifrysk) als tûme (Wâldfrysk). Datzelfde geldt voor krommel-krûmel (kruimel), do-dû (jij), en nog veel meer woorden.
Volgens Renske van der Meer van de Afûk zouden er minder fouten in het Fries worden gemaakt, als er meer Fries zou worden gelezen. Mensen verbeteren die een fout maken kan ook, zegt ze, maar daar wordt niet iedereen blij van.
Voor het schrijven van Fries zijn er ook technische hulpmiddelen beschikbaar, zoals de automatische vertaler op Frysker.nl.