FryslânDOK "Tussen goed en kwaad': "We zijn niet een volk van helden"
Net na de bevrijding hadden ineens heel veel mensen in het verzet gezeten. En iedereen wist wie er fout was geweest. Maar wat we onszelf ook wilden doen laten geloven in die eerste periode na 5 mei 1945: wat er zich werkelijk in de oorlog had afgespeeld, was niet zo zwart-wit. De tweedelige FryslânDOK-serie 'Tussen goed en kwaad' gaat op zoek naar de grijstinten van de oorlog.
FryslânDOK 'Tussen goed en kwaad' (deel 1) (deel 2 wordt volgende week uitgezonden)
Zaterdag 29 april NPO2 15.30 uur (herhaling zondag 13.10 uur)
Zondag 30 april Omrop Fryslân 17.00 uur (herhaling ieder uur)
Zondag 30 april Omrop Fryslân 17.00 uur (herhaling ieder uur)
FryslânDOK wordt Nederlands ondertiteld
Waarom hielpen 7.000 Friezen mee met de ombouw en de uitbreiding van het Leeuwarder vliegveld, wat later vele geallieerde piloten het leven zou gaan kosten? Hoe kon het dat de 225 bewoners van het Joodse werkkamp Ybenheer in Fochteloo in één dag konden worden gedeporteerd, zonder dat de omwonenden daar ook maar iets tegen deden?
Documentairemaker Gerard van der Veer probeert een antwoord vinden op dergelijke vragen in zijn filmische reis door de Friese oorlogsgeschiedenis. Hij vraagt zich af wat onze voorouders deden op die momenten dat het erop aankwam. "Deden ze niets of kozen ze positie? Wanneer ben je een held of een collaborateur?"
Bijna iedereen probeerde vooral op zijn overlevingsinstinct het einde van de bezetting te halen. Het was zoals Gerk Koopmans, voorzitter van de Stichting Friesland 1940 1945, het zegt: "Verreweg het grootste deel van de Nederlandse bevolking probeerde zo goed en zo kwaad als het kon door de tijd te komen. Ze pasten zich aan. We zijn niet een volk van helden."
Was het werken aan de uitbreiding van de Leeuwarder vliegbasis een vorm van collaboratie vraagt Van der Veer zich af.
"In het najaar van 1940 waren er zo'n 7.500 Friese arbeiders op het vliegveld bezig", vertelt historicus Alexander Tuinhout. Met bussen werden ze overal opgehaald en weer thuis gebracht.
"Het werken op de vliegbasis werd enorm gestimuleerd vooral door de Friese gemeenten. Werkloze arbeiders waren duur, die moesten een uitkering krijgen en die betaalde de gemeente liever niet."
Er werd druk uitgeoefend. "Feitelijk werkte men met de Duitsers samen, maar als je de andere feiten en omstandigheden meeweegt, dan is dat te begrijpen. Soms hadden mensen geen keuze. De Duitsers waren toen ook nog tamelijk vriendelijk."
Een andere vraag die Van der Veer bezighoudt, is hoe het kan dat de Friese Joodse gemeenschap kon worden gedeporteerd. "Hebben onze voorouders zich in slaap laten sussen die eerste oorlogsjaren?"
Kaartje kopen
Het ging niet van de ene op de andere dag. Het begon eerst met het inleveren van de radio en daarna volgde de fiets. "En in 1942 werden de Joden gedeporteerd. Ze moesten naar de Beurs, daar werden ze geteld. Toen moesten ze zelf een treinkaartje kopen voor de reis naar Westerbork", legt onderzoeker Halbe Hageman uit.
Hele groepen Joden gingen zo weg. "De Leeuwarders lieten het gebeuren, ze vonden het wel vreselijk. Veel Joden doken niet onder, vooral orthodoxe Joden die geloven dat de Almachtige voor ze zal zorgen. Ook in Polen waarvan ze wisten dat ze daar moesten werken."
Politie en ambtenaren speelden een grote rol bij de deportatie van de Joden. "Ze voerden uit wat de Duitsers eisten. Als ze weigerden dan waren ze hun werk kwijt."
In het noorden en oosten van Nederland waren er op een bepaald moment meer dan 40 werkkampen waar de Joodse mannen werden tewerkgesteld. In Fochteloo was kamp Ybenheer, zo ver mogelijk van de bewoonde wereld vandaan. "Zodat gewone burgers niet zagen wat zich daar afspeelde", zegt Kees Timmerman daarover.
Koffers langs de weg
In 1942 werden in één nacht alle werkkampen omsingeld en leeggehaald. "Mensen in de buurt hoorden lawaai wat ze normaliter niet hoorden. En de volgende ochtend zagen ze koffers langs de weg liggen en waren de Joden weg."
Lieten omwonenden dat zomaar gebeuren, vraagt Van der Veer zich af. "Het is makkelijk om nu een oordeel te geven over die tijd", zegt Timmerman.
"Toen was het een kwestie van overleven. Sommigen gaven wel eens wat hulp aan de Joden, dat ze een brood verkochten, terwijl dat verboden was. Zoiets was al een misdrijf. Er zijn mensen opgepakt op basis van het misdrijf 'begunstiging van Joden'."
Hinke Piersma doet bij het NIOD (Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies) in Amsterdam onderzoek naar het handelen van politieagenten in de oorlog.
Meer verzet
"Eerder is de politie als hele organisatie als fout weggezet. Ze hebben wel meegewerkt met de Duitsers, maar als je meer inzoomt op de mensen in die organisatie, dan is het verhaal wel wat ingewikkelder. Er is veel meer verzet gepleegd dan bekend was."
In politieauto's konden bijvoorbeeld wapens voor het verzet worden vervoerd, politie wist vaak als eerste dat er razzia's kwamen en kon waarschuwen. "En ze konden de andere kant op kijken. Ze konden levensreddende dingen betekenen. Wat individuele ambtenaren op lokaal niveau hebben geprobeerd, daar weten we eigenlijk niet veel van."
Piersma pleit er daarom ook voor om bescheidener te zijn over het veroordelen van een hele beroepsgroep.
Hinke Piersma over de FryslânDOK