Veertien vuurwerkslachtoffers in Friesland, drie van hen jonger dan 16 jaar
Van de veertien vuurwerkslachtoffers die dit jaar in Fryslân tijdens de jaarwisseling op de spoedeisende hulp belandden, waren drie tussen de 12 en 15 jaar.
Dat blijkt uit onderzoek van VeiligheidNL, het kenniscentrum op het gebied van letselpreventie.
In totaal waren er in Fryslân dus veertien vuurwerkslachtoffers die naar de spoedeisende hulp moesten. Dat waren er twee minder dan vorig jaar. Niet alle slachtoffers kwamen uit Fryslân, zo behandelt het Antoniusziekenhuis in Sneek ook patiënten uit de Noordoostpolder.
Landelijk bleef het aantal vuurwerkslachtoffers ook bijna gelijk: van 365 naar 367. In de coronajaren lag het aantal slachtoffers veel lager, dat was te verklaren uit het feit dat er toen een vuurwerkverbod was.
Meeste slachtoffers waren omstander
Nog veel meer slachtoffers kwamen terecht bij de huisartsenpost. Landelijk waren dat er 795, dat waren er 52 minder dan een jaarwisseling eerder. Van de slachtoffers bij de huisartsenpost zijn er geen regionale cijfers, dus het is niet bekend hoeveel daarvan er in Fryslân waren.
De meeste slachtoffers op spoedeisende hulp en bij huisartsenposten hadden brandwonden (43 procent). Meer dan de helft van alle brandwonden waren aan het hoofd of vingers (53 procent).
Ruim de helft van de slachtoffers had het vuurwerk niet zelf afgestoken, maar was omstander.
Onderzoek
Bij het verzamelen van de gegevens werkte VeiligheidNL samen met de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen, InEen (vereniging van organisaties voor eerstelijnszorg, zoals huisartsposten) en de Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie.