Laveren tussen mestcrisis en natuurbehoud: dit zijn de plannen van Femke Wiersma
Hoewel de vlaggen voorlopig nog niet worden gehesen in Fryslân, hangen ze tegelijkertijd ook niet opnieuw omgekeerd langs de weg. De reacties op de plannen van minister Femke Wiersma voor landbouw en natuur zijn verdeeld.
Er zijn nog veel vraagtekens over wat het allemaal betekent.
Wat wil Wiersma?
Dat is voor veel betrokkenen de vraag. En misschien ook wel voor de minister zelf. In de troonrede zei koning Willem-Alexander het als volgt: "Het meest urgente onderwerp voor de korte termijn is de mestcrisis, waarvoor u binnenkort een plan van aanpak ontvangt."
Dat het strontprobleem de troonrede haalt, is overigens niet nieuw. In de troonrede van 1994 sprak koningin Beatrix uit dat 'het oplossen van de mestproblematiek vraagt om voortgaande inspanningen'.
Voedselzekerheid en innovatie
Speerpunten in het beleid van minister Wiersma zijn voedselzekerheid en innovatie. Om daarvoor te zorgen, moeten boeren letterlijk en figuurlijk de ruimte krijgen om hun werk te doen.
Voor ieder bedrijf moet helder worden wat er moet gebeuren om bijvoorbeeld minder stikstof uit te stoten. Om dat te regelen, zet Wiersma volop in op de nieuwste technieken. Daarbij krijgen boeren steun van de overheid.
Mestcrisis
Het meest urgente probleem voor Wiersma is de mestcrisis: het overschot aan stront dat boeren niet meer over het eigen land uit mogen rijden.
Het wordt niet structureel opgelost met de maatregelen die Wiersma heeft genomen en volgend jaar neemt, zeggen deskundigen. Bemesten dichter bij kwetsbare natuurgebieden bijvoorbeeld, dat is een kleine quick win, zegt directeur Onderzoek Niek de Boer van hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden. Maar op de lange termijn is het niet dé oplossing.
De export van mest dan, een ander idee van de minister. Dat is een goede optie, vindt bestuurslid Jan Teade Kooistra van lanbouworganisatie LTO. Maar ook dat helpt de boeren niet van vandaag op morgen uit de mestcrisis.
Afromen van dierenrechten
Kooistra ziet de afromingsmaatregel als de minst pijnlijke manier van krimp. Bij verkoop van een boerenbedrijf buiten de familie krijgt de nieuwe eigenaar minder dierenrechten: hij kan bijvoorbeeld niet de honderd koeien van de verkoper overnemen, maar slechts zeventig.
Het afromen is echter een zaak van de lange adem. Uit onderzoek van het CBS en de Wageningen Universiteit blijkt dat dit een krimp van minder dan 1 procent per jaar oplevert.
Linksom of rechtsom zijn ingrepen nodig. Dat zegt ook directeur Food&Agri Alex Datema van de Rabobank. Hij voorspelt dat de veestapel gaat krimpen door diverse maatregelen.
Ruimte om te boeren
Er komt in Wiersma's plannen veel op het bordje van de boeren te liggen. Zij moeten zorgen voor minder stikstof, voor schoner water en ze moeten innoveren.
Dat kost allemaal geld. Wiersma komt wel met verschillende subsidieregelingen, maar die dekken niet de volledige kosten.
Sommige deskundigen vinden dat de consument daaraan mee moet betalen in de vorm van, wat zij noemen, eerlijke prijzen in de supermarkt.
Optimisme bij LTO
Kooistra van de LTO is voorzichtig optimistisch. Hij vindt dat minister Wiersma de mogelijkheden pakt die er zijn. De intenties richting de toekomst zijn goed en dat geeft hem een goed gevoel.
Directeur Datema van de Rabobank ziet ook een aantal goede maatregelen, maar het is volgens hem niet zeker of ze ook haalbaar zijn. Dat hangt af van wat in Brussel geregeld kan worden, zegt hij.
Naar Brussel
Wil Wiersma slagen in haar opzet, dan zal ze in Brussel voor een deel van haar plannen een uitzonderingspositie af moeten dwingen voor de Nederlandse boeren. Voorgangers van de minister kregen dat niet voor elkaar.
LTO-bestuurder Kooistra verwacht dat dat nu meer kans maakt. Er is een nieuwe politieke werkelijkheid, zegt hij. Ook in Europa schuift het op, er zijn meer landen met problemen om boeren op het land te houden en dat wordt gezien.
Niek de Boer van Van Hall Larenstein is sceptischer. Wiersma krijgt echt niet zomaar een nieuwe boodschap uit Europa, denkt hij.
In ieder geval geldt ook hier dat, zelfs áls Wiersma andere spelregels voor elkaar kan krijgen in Brussel, daar eerst veel tijd overheen gaat. Tijd die er eigenlijk niet is.
Ruimte voor de natuur
Naast landbouw is Femke Wiersma ook minister van natuur. Ze betrekt bij dat onderdeel van haar portefeuille met nadruk de landbouw: door landbouw en natuur te verbinden, ontstaat er meer ruimte voor beide, is de gedachte.
Voor boeren lijkt dat goed nieuws. Er komt ieder jaar een half miljard euro beschikbaar voor agrarisch natuurbeheer.
Natuurherstel
Natuurorganisaties maken zich zorgen. Volgens directeur Hans van der Werf van de Friese Milieu Federatie wordt niet onderkend dat het in zowel natuur- als landbouwgebieden slecht gaat met natuurherstel. Het regeerprogramma wil voldoen aan Europese regels, maar Van der Werf mist de motivatie van de regering om een stap extra te zetten.
Adjunct-directeur Chris Bakker van It Fryske Gea deelt die zorgen, bijvoorbeeld als het gaat over de Natura 2000-gebieden. Minister Wiersma wil die kwetsbare natuurgebieden 'herijken'. Bakker gaat ervan uit dat de regering zo weinig mogelijk wil doen.
Oude schoenen weggooien
Bakker had het liefst gezien dat er op de ingeslagen weg was doorgegaan met de plannen voor het landelijk gebied (voor een betere waterkwaliteit, natuur en klimaat, red.).
Minister Wiersma heeft daar een streep doorheen gezet, maar volgens Bakker zitten daar de oplossingen in voor boer én natuur.
Directeur De Boer van Van Hall Larenstein is het daarmee eens. Er is geen nieuwe koers uitgezet, maar de oude is wel weg, zegt hij.
Onzekerheid voor landbouw blijft
Je kunt niet alles zo een-twee-drie regelen. Dat geldt zeker voor de grote opgaven waar minister Wiersma voor staat, voor zowel landbouw als natuur.
Het overheersende gevoel na de presentatie van het regeerprogramma en de miljoenennota is dat ze wat de landbouw betreft in ieder geval de uitdaging aangaat, maar dat het nog lang niet duidelijk is wat Wiersma nou echt gaat bereiken.