"De tijden veranderen": met deze pioniers begon het dameskaatsen in 1915
De belangstelling was overweldigend. Meer dan 2.000 toeschouwers waren in Harlingen getuige van een bijzonder moment: de eerste officiële demonstratiewedstrijd waar vrouwen bij op het kaatsveld stonden.
Al waaide het niet erg, uit het zuidwestein kwam toch genoeg wind om de Nederlandse vlaggen naast het kaatsveld te laten wapperen.
In tegenstelling tot de dag ervoor was zondag 26 september 1915 een prettige zonnige dag.
Eerste wedstrijd voor vrouwen
Dat 'bijzonder fraaie weder' maakte de 'Groote Athletiekwedstrijden' in Harlingen tot een succes, stond een dag later in de Leeuwarder Courant. Hoewel het terrein er niet helemaal geschikt voor was, was het 'toch zoo bijzonder gezellig' geweest.
Op deze atletiekdag was voor de allereerste keer een officiële kaatswedstrijd voor vrouwen.
De kaatssport bestond al eeuwen, maar de georganiseerde wedstrijden waren tot dat moment alleen voor mannen geweest.
Vrouwen aan het kaatsen? Daar sprak men schande van.
"Het was echt een mannenbolwerk", zegt Jan Suierveld, een bekend gezicht in de kaatswereld. Hij is ook verbonden aan het Keatsmuseum in Franeker. "Vrouwen aan het kaatsen? Daar sprak men schande van, dat was zoals met het schaatsen."
De Harlinger atletiekdag was een eerste stap om daar verandering in te brengen.
Alle wedstrijden vonden in de open lucht plaats. Er waren linten over het gras heen getrokken om een kaatsveld af te bakenen.
De mensen hadden door dat het een bijzonder moment was. Dat blijkt wel uit het feit dat er speciaal een foto werd gemaakt met een aantal prominenten: voorzitter Willem Westra van de Nederlandsche Kaatsbond (NKB), initiatiefnemer Pim Mulier, NKB-bestuurslid Monze Werkhoven en burgemeester Jan Piccardt van Wonseradeel.
Een zestal meisjes van tussen de 14 en de 19 jaar was bereid om het kaatsen te demonstreren. Het eerste partuur werd gevormd door drie meisjes uit Witmarsum: Koosje Boersma, Itske Bangma en Geertje Weiland.
Hun tegenstanders kwamen uit verschillende dorpen. Dat waren Ina Schurer uit Wijnaldum, Renske de Zee uit Franeker en Eke Blanksma uit Achlum.
"De kaatsbond heeft eigenlijk uit eigen netwerk een aantal jonge meiden bij elkaar gezocht", weet Suierveld. "Renske de Zee was bijvoorbeeld een dochter van Dirk de Zee, een van de leden van het hoofdbestuur van de kaatsbond."
"Enorm was de belangstelling"
Zo vanzelfsprekend als het vrouwenkaatsen nu is, zo bijzonder was het 109 jaar geleden. De demonstratie trok dan ook veel bekijks.
"Enorm was de belangstelling voor dit nummer van het in grooten getale opgekomen publiek", schreef de Leeuwarder Courant. Dat viel de Nieuwe Harlinger Courant ook op: "Het aantal bezoekers steeg boven de 2000."
Het partuur van Schurer, De Zee en Blanksma won de wedstrijd. Kleine kanttekening was wel dat het andere partuur slechts vijf keer had geoefend.
Met de tegenwoordige notering zou de uitslag van de wedstrijd zou de uitslag van de wedstrijd 5-1 6-6 zijn, maar destijds werden de uitslag anders opgeschreven:
De meisjes van het winnende partuur kregen verzilverde broches. "Aangeboden door de echtgenoote van den commissaris der Koningin in Friesland."
Het ging om de toen 37-jarige barones Clara Feyona van Harinxma thoe Slooten (1878-1929) uit Leeuwarden. Ook een vrouw die de prijzen beschikbaar stelde dus.
"Mogelijk hebben ze de vrouw van de commissaris gevraagd, juist omdat het een dameswedstrijd was", suggereert Suierveld. "Al was het wel gebruikelijk om een beroep te doen op zulke vooraanstaande mensen."
De verliezers van de wedstrijd kregen ook een prijs, maar die werd aangeboden door Pim Mulier (1865-1954). Hij was de initiatiefnemer van de kaatsdemonstratie.
Op aandringen van Mulier
"Pim Mulier was een van de sportpromotors van Nederland", vertelt Suierveld. Hij woonde buiten de provincie, maar kwam oorspronkelijk uit Witmarsum. "Hij heeft altijd goede contacten gehouden met Fryslân."
Op initiatief van Mulier kwam er een voetbal- en een atletiekbond, maar hij speelde ook een rol bij het oprichten van het Nederlandsch Olympisch Comité en zorgde er in 1909 voor dat de Elfstedentocht een echte georganiseerde wedstrijd werd.
Mulier was een sportman in hart en nieren. En hij zette zich ook in voor de vrouwensport.
Een jaar eerder had Mulier de brochure Op nieuwe banen uitgebracht. Daar riep hij de bond in op om het kaatsen ook te organiseren voor vrouwen, "de slanke dochteren van het Friesche volk."
Hij schreef: "Zoo zullen naast de kaatsvereenigingen ook vrouwenkaatsclubs ontstaan of de kaatsvereenigingen zullen een afdeeling voor vrouwenkaatsters oprichten. Ik behoef U niet te zeggen, dat men daardoor ook een nuttig maatschappelijk werk zal nastreven."
En zo vond hij: "Waar beiden aan het spel zullen deelnemen, zal dit den omgang verbeteren en den beschaafden toon ten goede komen."
Kaatsers aan de atletiek krijgen
Het doel van de 'Groote Athletiekwedstrijden' in Harlingen was het propageren van de atletiek in Fryslân. Daarnaast moest het aantonen dat de kaatssport op een hoger niveau getild kon worden door atletiek.
Aan de vooravond van de atletiekwedstrijden gaf Mulier daarom een lezing: 'De lichamelijke voorbereiding tot het kaatsen'.
Het idee was dat veel kaatsers eenzijdig op het kaatsseizoen waren gericht, maar verder niet veel deden aan lichamelijke ontwikkeling. Daarom zou atletiek een goede combinatie met het kaatsen zijn.
Maar ook al hield Mulier een vurig betoog, de belangstelling was volgens de kranten 'zeer gering'.
Hoewel de vooravond mislukte, waren de wedstrijden een groot succes. Het was een 'onvergelijkelijk schouwspel', vond de Leeuwarder Courant.
Er stonden allerlei onderdelen op het programma: van speergooien tot polsstokhoogspringen, van hardlopen tot hoogspringen.
Het publiek volgde de verschillende kampen tot het einde toe, maar de belangstelling was misschien wel het grootst voor het onderdeel 'meisjeskaatsen'.
Achterstand bij vrouwen inhalen
Na de kaatspartij en de overwinning van het partuur van Schurer nam Willem Westra (1862-1923) het woord. Hij was voorzitter van de Nederlandsche Kaatsbond, de bond die hij 18 jaar eerder zelf had opgericht.
Westra vertelde dat hij in vergelijking met het buitenland een achterstand opmerkte in de 'lichamelijke opvoeding van het vrouwelijk geslacht'. Die achterstand zou tot het verleden moeten horen, vond Westra.
De demonstratie was een goede zet, was men van mening. "De tijden veranderen", schreef de Nieuwe Harlinger Courant.
"De opslag was goed en zoo kan worden geconcludeerd, dat beoefening van de kaatssport door de vrouw mogelijk is."
Maar hoe enthousiast het publiek, de kranten en Mulier ook waren, het vrouwenkaatsen kwam nog niet van de grond.
Het was vooral de Kaatsbond die nog lang niet overstag was. Achter de schermen groeide het vrouwenkaatsen wel, vooral in Jorwert. Na de oorlog volgden opnieuw meerdere demonstratiewedstrijden.
"Maar Lieuwe Pietersen, een leraar lichamelijke opvoeding aan de HBS in Leeuwarden, schreef in 1956 een boekje over het kaatsen. Hij zei dat het kaatsen niet geschikt was voor vrouwen. Punt", zegt Suierveld. "Dat is voor het toenmalige hoofdbestuur ook een reden geweest om er niets aan te doen."
Het duurde nog 60 jaar
Ontzettend jammer, vindt Suierveld. "Maar het sudderde natuurlijk wel door, op allerlei plekken werd al gekaatst door vrouwen."
De emancipatie zetten door. Uiteindelijk werd het vrouwenkaatsen in 1974 een aparte categorie bij kaatsbond KNKB.
"Het heeft daarmee nog 60 jaar geduurd voordat het echt los ging", verzucht ook Suierveld. "Toen was men bereid om serieuze wedstrijden te organiseren. Toen was de tijd er rijp voor."
En toch - al kreeg het niet ogenblikkelijk een vervolg - werd de eerste stap voor het vrouwenkaatsen in 1915 in Harlingen gezet. "Echt iets bijzonders", besluit Suierveld.