Fryslân heeft in tijden van krapte toch veel mensen niet aan het werk
Uit cijfers van het CBS blijkt dat Fryslân vorig jaar een bovengemiddeld 'onbenut arbeidspotentieel' had. Daarmee staat Fryslân als provincie op een vierde plaats.
Onbenut arbeidspotentieel bestaat uit werklozen, semi-werklozen en onderbenutte deeltijdwerkers. Het gaat daarbij om mensen tussen de 15 en 75 jaar.
Semi-werklozen zijn mensen die verder van de arbeidsmarkt afstaan. Zij hebben óf recent werk gezocht of zijn direct beschikbaar. Onderbenutte deeltijdwerkers zijn mensen die meer uren willen werken en er ook beschikbaar voor zijn.
Na Groningen, Zuid-Holland, Noord-Holland en Flevoland heeft Fryslân het hoogste arbeidspotentieel dat niet benut is. In de zuidelijke provincies ligt het onbenut arbeidspotentieel het laagst.
Meer vrouwen
Opvallend is dat vrouwen vaker een onbenut arbeidspotentieel hebben dan mannen. In Fryslân gaat het om11,4 procent van de vrouwen (tussen 15 en 75 jaar) en 9 procent van de mannen.
Die ongelijke verhouding komt ook in de rest van Nederland naar voren. Omdat vrouwen vaker deeltijd werken is de groep onderbenutte deeltijdwerkers ook een stuk groter dan bij mannen.
Als we kijken naar gemeentelijk niveau, dan ligt in Fryslân het onbenut arbeidspotentieel in gemeente Leeuwarden (12 procent) en gemeente Smallingerland (10,7 procent) het hoogst. Op de eilanden is dit juist het laagst: zo tussen de 8 en 9 procent.