Het verhaal van de Joodse Grace; een ontroerende briefwisseling

De Joodse Grace Heymans-Van West (1939) woont tijdens de Tweede Wereldoorlog ruim twee jaar bij de familie Nicolai in Drogeham. Na de bevrijding blijft ze nog een jaar bij deze Aaltje en Pieter, die zelf geen kinderen hebben. Het echtpaar Nicolai leeft in de veronderstelling dat de ouders van Grace zijn omgekomen. Maar na de bevrijding komt er toch een brief van Julie van West, de moeder van Grace.
door Marja Boonstra en Martijn van Dijk
Grace met haar ouders Aron en Julie © Familiefoto
Het lukt Aaltje, Pieter en Julie om zich te bekommeren om het welzijn van Grace en hun eigen emoties niet voorop te zetten. Een paar fragmenten uit die aangrijpende briefwisseling.
Grace met Aaltje en Pieter Nicolai © Familiefoto
Julie: "Ik weet niet of u erg verwonderd zal zijn, als u deze brief leest. U zult dan bemerken dat deze geschreven is door de moeder van uw pleegdochter, die u zo liefdevol hebt opgenomen, nu 2 jaar geleden. Hoe noemt u haar. Zij heet Grace van West Ik ben heel nieuwsgierig of zij mij zal herkennen. Als het nog mogelijk zou zijn en als u haar nog een poosje kon hebben bij u thuis, zou dat wel heerlijk zijn. In de grote stad valt nog niets mee, en vooral omdat ik geen woning, huisraad niets meer heb."
Fragment brief van Julie © Grace van West
Julie: "Ik zal een foto van Grace insluiten, toen was zij 3 jaar, maar dan kunt u zien dat ik haar moeder ben, want dat moet u natuurlijk maar gelooven. Ook zal ik er een bij doen van mij en haar vader. Wilt u dan eens kijken of ze ons herkent. En kan ik dan op antwoord van u rekenen, ook of ik bij u kan komen."
Grace met haar moeder Julie © Grace van West
Aaltje: "Wij zelf hebben geen kinderen dus u kunt u voorstellen, het is onze lieveling, we passen zoo bij elkaar. Ik kon er vannacht niet om slapen daar we ingelicht waren dat haar ouders waren weggevoerd. Zondag hoorden we eerst dat haar mama er nog was. En toen vertelde ik het haar. Ze zei: praat daar nu niet over want ik wil nooit bij mijn heit en mem weg want dan moet ik zoo huilen. Want ik moest er zelf ook huilen."
Het huis in Drogeham © Grace van West
Aaltje: "We hangen heel veel aan ons lief kind. De kleren zijn ook al te klein en ik heb al het mogelijke gedaan om kleren te maken. Ze is in uitstekende gezondheid en is de verschrikkelijke oorlog doorgekomen met Gods hulp en wij hebben altijd over haar gewaakt zoo veel als in ons vermogen was. In het eerst zeiden de menschen: 'Och wat hebt u daar toch een lief meisje bij u, het lijkt wel een moor. We hebben maar wat verzind. Het is een Engels meisje want het is ook een Engelsche naam."
Brief familie Nicolai © Grace van West
Julie reist vervolgens naar Drogeham waar ze Grace eindelijk weer in de armen kan sluiten. Na een jaar komt Grace weer bij haar moeder in Amsterdam wonen. Pas enkele jaren na de oorlog krijgt Julie definitief bericht dat haar man Aron is omgebracht in Auschwitz.
Aaltje en Pieter Nicolai © Grace van West
De Nicolais zijn altijd een rol blijven spelen in het leven van Grace, die nu al jaren in Israël woont. "Alle schoolvakanties en vele weekenden ging ik naar ze toe. Ik was voor de hele familie Nicolai altijd de dochter van Aaltje en Pieter. Mem en heit waren de liefste mensen, die voor mij een rustpunt in mijn leven zijn geweest."
De brieven zijn door Grace beschikbaar gesteld aan de organisatie Yad Vashem.
Brief met handtekening Grace © Grace van West
Dit is een verhaal van het project 'De terugkeer van de Joodse kinderen', van Stichting De Verhalen, Tresoar, Omrop Fryslân, Leeuwarder Courant en Friesch Dagblad. Redactie Gerard van de Veer, Karen Bies, Marja Boonstra, Martijn van Dijk en Wybe Fraanje.