Naomi (26) had anorexia: een 'Rupsje Nooitgenoeg' dat steeds minder wil
Anorexia is hardnekkig. Dat zegt bijzonder hoogleraar Klaske Glashouwer. Het wordt vaak te laat herkend. Naomi van de Wouw (26) kan erover meepraten.
"Ik gaf mijn eetstoornis een naam: Rupsje Nooitgenoeg", zegt Van de Wouw.
Ze woont in Leeuwarden en studeert biologie. Op haar 16e kreeg ze anorexia. De strijd duurde 5 tot 7 jaar.
Van de Wouw schreef er een boek over: Ik wilde waaien. In het boek wordt de zware strijd van een anorexiapatiënt met dagboekfragmenten en gedichten heel helder beschreven.
Laat herkend
Het verhaal is een voorbeeld van de zware strijd tegen de eetstoornis.
Klaske Glashouwer wil met een bijzondere leerstoel aan Rijksuniversiteit Groningen onderzoeken hoe het kan dat anorexia vaak zo laat herkend wordt. Met een speciaal team wil ze betere behandelingen van anorexia ontwikkelen.
Leefde ik maar in een wereld zonder eten, dan hoefde er niet over na te denken.
Toen Van de Wouw 16 jaar was, besloot ze dat ze gezonder wilde eten. Maar dat ging al snel verder.
Ze begon steeds minder te eten. Haar ouders maken zich zorgen, maar konden niet tot haar doordringen.
Ze ontkende dat ze de ziekte had. Ze zag zelfs niet dat ze dunner werd, raakte gewend aan de honger en dacht dat haar ouders haar weer 'dik' wilden maken.
"Leefde ik maar in een wereld zonder eten, dan hoefde er niet over na te denken", schrijft ze in haar boek over die tijd.
Ze zat in haar eigen cirkel, de eetstoornis had een luidere stem dan haar gezonde kant.
"Rupsje Nooitgenoeg is heel dwingend."
Beter snappen voor betere behandeling
Klaske Glashouwer behandelt mensen en voornamelijk jongeren met een eetstoornis. Sinds januari is ze bijzonder hoogleraar.
Ze wil beter begrijpen waarom eetstoornissen zoals anorexia zo hardnekkig zijn.
"Als we dat beter snappen, dan kunnen we de behandelingen ook verbeteren."
Het onderzoek is ook behoorlijk verbonden met de praktijk. Ze wil behandelaars helpen en zorgen dat er in de maatschappij meer kennis komt over eetstoornissen.
Fragment uit 'Ik wilde waaien'
Lief lichaam
Ik zou je willen beschermen
me over je willen ontfermen
je de pijn willen besparen
je behoeden voor de strijd
in de komende jaren
Ik zou je willen beschermen
me over je willen ontfermen
je de pijn willen besparen
je behoeden voor de strijd
in de komende jaren
Volgens Glashouwer is het lastig om een eetstoornis vroeg te herkennen. Er zit een gat tussen het begin van de ziekte en het moment dat er hulp bij komt.
Dat komt onder andere doordat mensen het bij zichzelf soms niet herkennen, zich schamen of bang zijn dat ze dan weer moeten eten. Dan is het voor de omgeving ook lastiger te herkennen.
Bij Van de Wouw werkte dat ook wel een beetje zo. Het duurde ongeveer een jaar voordat er echt alarmbellen afgingen. Toen zat ze al vast in haar ziekte en kon haar omgeving lastig tot haar doordringen.
Glashouwer geeft aan dat het belangrijk is om altijd in gesprek te blijven met een patiënt, te luisteren en nieuwsgierig te zijn.
Als kind wilde ik alles heel goed doen en was ik vaak angstig.
Anorexia en andere eetstoornissen komen over de hele wereld voor, maar voornamelijk in het westen. De sociale omgeving en het ideaalbeeld van hoe een lijf eruit moet zien, hebben invloed.
Het komt voornamelijk voor bij jongeren, en daarbij weer meer bij meisjes en vrouwen.
Wat regelmatig wordt gezien, is dat het vaak mensen zijn die controle willen hebben en perfectionistisch zijn. Ze willen het heel goed doen. Dat wil uiteraard niet zeggen dat iedereen met die kenmerken anorexia krijgt.
"Zelfbeeld staat centraal, en hoe het gaat met je lijf. Dat is heel belangrijk over hoe iemand over zichzelf denkt", zegt Glashouwer.
Van de Wouw herkent de omschrijving. Als ze terugdenkt aan hoe ze was als jong kind, zegt ze: "Als kind wilde ik alles heel goed doen en was ik vaak angstig."
De eenzaamheid tijdens de ziekte was groot. Ze had bijna geen contacten met vrienden. Daar kon ze het niet goed met haar ouders over hebben, omdat ze niet wilde dat zij zich meer zorgen maakten.
Rupsje Nooitgenoeg was sterker
Ook lichamelijk ging ze behoorlijk achteruit. Altijd koud, van binnenuit. Soms was de douche 40 graden, maar voelde het als een koude straal. Haar haren vielen uit en haar huid werd dof.
Van de Wouw voelde wel dat ze achteruit ging, maar de stem van Rupsje Nooitgenoeg was sterker.
Ze vertelt dat het was als een discussie tussen een engel en een duivel. De duivel won meestal. "Later schaamde ik me daarvoor. Dat vind ik nog altijd moeilijk."
Podcast
Dit verhaal is ook als podcast te horen en in ons radioprogramma Buro de Vries.
Buro de Vries is elke week op zondagochtend bij Omrop Fryslân op de radio, tussen 11.00 uur en 13.00 uur, en wordt 's avonds herhaald.
Er zijn twee behandelingen waar vaak mee wordt gewerkt bij anorexiapatiënten: de familietherapie en de cognitieve gedragstherapie.
Bij de eerste worden het gezin en de ouders betrokken. Er wordt gekeken naar hoe die kunnen helpen om met de patiënt de regie terug te krijgen.
De cognitieve gedragstherapie houdt in dat de behandelaar in samenwerking met de patiënt op zoek gaat naar hoe de eetstoornis werkt bij deze persoon. Met vragen als 'Wat levert het je op?' en 'Wat kost het jou?'.
Soms is het lastig en het is hard werken, maar je kunt goed opknappen.
Van de Wouw heeft ook verschillende behandelingen gehad. De één had meer succes dan de ander. Ze heeft dagbehandelingen gehad en werd ook opgenomen.
Met name de laatste psycholoog die haar heeft behandeld, hielp haar enorm.
Ze had veel vragen en de psycholoog gaf antwoord. Maar uiteindelijk ging het pas beter toen ze zelf echt beter wilde worden.
Een eetstoornis is te verslaan
Vaak zien we of horen we verhalen over voornamelijk meisjes die het niet lukt om van anorexia af te komen. Dat is een verkeerd beeld, zegt Glashouwer.
Volgens haar wordt 75 procent van de patiënten weer helemaal of gedeeltelijk beter.
"Het is te verslaan. Soms is het lastig en is het hard werken, maar je kunt goed opknappen."
Van de Wouw is ook genezen van haar anorexia. Ze heeft nog weleens lastige perioden, maar is er zeker van dat ze niet weer terug zal vallen.
"Er is perspectief. Dat wilde ik ook met mijn boek vertellen. Het is het echt waard om te herstellen!"