Nieuwe buren in Oosterwolde willen meedoen aan maatschappij: "Ik mag niet werken"
De nieuwe regering wil de instroom van vluchtelingen naar Nederland beperken. Maar hoe gaat het eigenlijk met de mensen die hier al zijn en een verblijfsvergunning hebben?
In het Rikkingahof in Oosterwolde zijn 190 statushouders ondergebracht. Dat is een volgende wachtruimte, voordat ze mee kunnen doen aan de maatschappij.
"Mevrouw, kan het COA een arbeidsbureau benaderen en vertellen over onze situatie?", zo vraagt een Syrische man aan de medewerker van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. "We willen een baan. Het gaat niet om geld. Wij willen een leven opbouwen."
Kijk hier naar de documentaire over de opvang van vluchtelingen met een verblijfsvergunning:
Veel statushouders hebben genoeg van het lange wachten, waar ze ook na het verkrijgen van een verblijfsvergunning nog toe zijn veroordeeld. Ze willen aan de slag.
19.400 statushouders wachten op huurwoning
Maar er is een tekort aan woonruimte in Nederland, en dus ook voor hen. Het gevolg is dat de doorstroom vanuit de asielzoekerscentra stagneert.
Momenteel wachten 19.400 statushouders tot ze kunnen verhuizen van een azc naar een huurwoning in een gemeente. Dan pas kunnen ze volwaardig meedraaien in onze maatschappij.
Noodoplossing
De gemeente Ooststellingwerf en het COA hebben in Oosterwolde een tijdelijke noodoplossing voor deze groep. Het Rikkingahof, vroeger gebouwd als tehuis voor ouderen, zal worden gesloopt . Het gebouw wordt sinds januari gebruikt als noodopvang voor 190 statushouders die wachten op een huurwoning in Noord-Nederland.
Voor sommigen voelt het Rikkingahof als een volgende wachtkamer in hun lange reis naar een nieuw leven en een eigen gezin in Nederland.
De Syriër aan de balie is het zat: "Ik ben elektricien en spreek drie talen. We willen niet nog een jaar verspillen met Nederlands leren of op een huis wachten. Daarna moeten we nog 'inburgeren' en dan kunnen we pas een baan zoeken", zegt hij moedeloos tegen de medewerker van het COA.
"Het is beter als we nu kunnen beginnen. Wij willen niet van een uitkering leven."
Sommigen zeggen: jullie komen hier en werken niet. Maar ik mag niet werken of naar school.
Deze elektricien is niet de enige die graag aan de slag wil. Mohsen Bakshi, oorspronkelijk uit Afghanistan, woont nu al negen jaar in verschillende asielzoekerscentra. Daar delen bewoners met z'n tweeën of drieën een kamertje. "Ik heb misschien wel meer dan honderd verschillende bedden gehad", zegt hij.
Hij voelt zich verkeerd begrepen. "Sommigen zeggen: jullie komen hier en werken niet. Maar dat mag ik ook niet. Ik mag niet werken of naar school. Ik wil beginnen met inburgeren, maar de gemeente waaraan ik toegewezen ben zegt dat dit niet mag. Eerst krijg ik een huis en dan pas kan ik inburgeren."
De FryslânDOK Nije Buorlju wordt zaterdag 25 mei uitgezonden op NPO 2 om 15.30 en op zondag 26 mei bij Omrop Fryslân. Vanaf 17.00 uur ieder uur.
Zowel Nederlanders als de statushouders zelf willen dat hun inburgering zo snel mogelijk begint. Dan kunnen ze aan het werk of op een andere manier bijdragen aan de maatschappij.
Maar het proces en de verantwoordelijkheid zijn verdeeld over verschillende instanties en overheden. In combinatie met het tekort aan woningen heeft dat tot gevolg dat sommige statushouders langer werkloos langs de kant moeten wachten dan dat ze zelf willen.
Zolang statushouders nog niet zijn verhuisd naar een woning in een gemeente, kunnen sommige gemeenten hen bijvoorbeeld geen inburgeringcursus aanbieden. "Terwijl ik al die jaren wachten had kunnen gebruiken voor mijn inburgerings- en taalcursus", verzucht Mohsen.
'Gelukszoekers' in het leven
Pieterjan Wouda is de maker van de documentaire Nije Buorlju. Hij heeft twintig jaar voor Artsen Zonder Grenzen gewerkt en zag waarom mensen in oorlogsgebieden soms alles achterlaten voor een gevaarlijke en onzekere vlucht naar Europa.
"Wie kan hen dat verwijten?", vraagt Wouda zich af. "Zijn niet alle mensen op zoek naar vrede en geluk? Wij zijn toch allemaal 'gelukszoekers' in het leven?"
Er werd wat geklaagd in Oosterwolde toen de gemeente en het COA met het idee kwamen om het oude Rikkingahof één jaar te gebruiken als noodopvang voor statushouders.
"Voor veel Nederlanders is het moeilijk om zich in te kunnen leven in deze mensen", vertelt Wouda. "Maar praat je wel eens met hen? Nee, er wordt vooral over en niet met hen gesproken. Terwijl in het nieuws en bijeenkomsten vaak de tegenstanders de microfoon krijgen, wilde ik de vluchtelingen zelf het woord geven."