Sporen van de oorlog: hier is de Friese bezettingstijd nog altijd zichtbaar
De Tweede Wereldoorlog is 79 jaar geleden en de meeste Friezen hebben daar niets van meegemaakt. Maar op tientallen plekken in Fryslân vind je nog sporen van de oorlog, die daarom nooit ver weg is.
Herdenkingsstenen, straatnamen, plaketten met een tekst over de Tweede Wereldoorlog: ze zijn overal in de provincie terug te vinden.
Maar op sommige plaatsen is de oorlog nog echt zichtbaar, in gebouwen, locaties en overblijfselen uit de bezettingstijd.
Een greep uit de locaties die 1940-1945 nog herkenbaar maken:
Droppingsveld Haskerhorne
De geallieerden dropten vanaf oktober 1944 vier keer wapens in een weiland tussen Haskerhorne en Ouwsterhaule, tegenwoordig het Haulsterbos. Elke keer ging het om 25 containers van zo'n 200 kilo. De geallieerden voorzagen zo'n 1.300 Friezen van wapens, maar ook van eten.
Op deze manier waren er tien droppingsterreinen in de provincie. Alle locaties hadden een eigen code. Voor Haskerhorne was dat: 'Wie de schoen past, trekke hem aan'. Als het verzet je zin hoorde in de Belgische uitzending van de BBC, wist men dat er 's nachts een dropping zou volgen.
Razzia op voetbaltribune
De oude houten tribune van voetbalclub LSC 1890 uit Sneek redde in de oorlog het leven van veel fans. De Duitsers pakten 24 mensen op bij een razzia op het sportpark op 21 mei 1944. Deze mensen werden aan het werk gezet voor de Duitse oorlogsindustrie.
De meeste van de honderden aanwezigen wisten echter te ontkomen. De actie werd namelijk aangekondigd via een megafoon. De vaste supporters wisten dat ze vanuit een voorraadkast konden schuilen onder de tribune. Na een lange nacht kon iedereen veilig onder de tribune uit kruipen.
Bomgaten in Leeuwarden
Vlak achter het station van Leeuwarden zijn in de gevel van een huis aan de Spoorstraat nog gaten te zien. Die zijn het gevolg van grote brisantbommen die gedropt zijn door de Engelsen. Zij wilden het Duitse vliegveld raken of dumpten de bommen bij luchtgevechten als ballast.
Dat gebeurde voor het eerst op 20 januari 1942 in de wijk bij de Spoorstraat. Daarbij vielen vier slachtoffers, onder wie een baby en een jongetje van 11 jaar oud.
Kerkklok Akkrum
Naast de kerk in Akkrum staat een kerkklok van meer dan 320 jaar oud. Die hing ooit in de toren, maar werd in 1943 meegenomen door de Duitse bezetter. In Fryslân werden in totaal zo'n 600 klokken gevorderd, met als doel om ze om te smelten voor geschut.
Sommige klokken bleef dat lot bespaard. Zo ook die van Akkrum. Na de oorlog kwam de klok terug, al was hij wel beschadigd en daardoor niet meer geschikt om dienst te doen. Nu hangt hij als 'noodklok' naast de kerk.
Wonen in een munitiedepot
In Harlingen wonen tegenwoordig mensen in gebouwen die eerder werden gebruikt om geschut te repareren. Aan de Kimswerderweg werd in 1941 het MAZA-gebouw neergezet.
Dat stond voor 'Marine Artillerie Zeugambt'. Het was bedoeld als reparatiewerkplek voor geschut van de marine. In het pand zat ook een munitiedepot. Na de oorlog zat in het gebouw onder andere een fabriek voor kokosmatten en een kippenbedrijf. Sinds 2014 is het een woonlocatie.
Onderduikersuurwerk in Wier
Op de Ioanniskerk in Wier pronkt een bijzonder uurwerk op de toren. Het gaat om een astronomisch uurwerk, waar bijvoorbeeld de stand van de maan op te zien is. Het uurwerk is gemaakt door onderduiker Fred Bruijn, een student uit Leiden.
Bruijn weigerde een verklaring te tekenen waarin hij moest beloven niets tegen de bezetter te ondernemen. Via het verzet kwam hij in Wier terecht. Hij werd gevangen genomen, maar overleefde de oorlog. In 1946 maakte hij het uurwerk voor Wier, als dank voor de onderduikplek die hij had gekregen bij een boerderij.