Stijn Lechner moet bewoners betrekken bij onderzoek naar Lelylijn

Stijn Lechner, directeur van de projectorganisatie Lelylijn © Omrop Fryslân, Onno Falkena
Het Rijk en de provincies Fryslân, Groningen, Drenthe en Flevoland hebben Stijn Lechner aangesteld als directeur van de projectorganisatie Lelylijn. Hij heeft van de overheden de opdracht gekregen om ook de bewoners bij het onderzoek naar de spoorlijn te betrekken.
Op het eerste bestuurlijk overleg over het 'Deltaplan voor het Noorden' in Meppel is Lechner woensdag als directeur gepresenteerd door staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat en bestuurders van de noordelijke provincies.
Lechner is ambtenaar op het ministerie van Heijnen en werkte eerder bij de Metropoolregio Amsterdam als programmamanager 'Samen werken aan bereikbaarheid'. Hij wordt gezien als de goede man om het MIRT-onderzoek naar de Lelylijn in goede banen te leiden.

Vaart maken

Volgens Heijnen komt de Lelylijn met de start van het MIRT-onderzoek nu echt op stoom. "Sinds maandag staat de Lelylijn letterlijk op de kaart in Europa. En ook hier in de regio maken we vaart. We hebben een gezamenlijke projectdirecteur en ik vind het mooi dat we bij het vervolg bewoners nadrukkelijk gaan betrekken."
De kosten voor het verder uitwerken van Deltaplan en MIRT-onderzoek worden geschat op 8 miljoen. Het Rijk en regionale overheden delen deze kosten.
De Groninger commissaris van de Koning René Paas is op dit moment voorzitter van SNN, het samenwerkingsverband van de noordelijke provincies. Hij is blij dat het Deltaplan nu verder uitgewerkt kan worden, maar zegt erbij dat het hem niet alleen om de Lelylijn gaat, maar ook om de Nedersaksenlijn tussen Veendam en Emmen.

Ook verbinding met Noord-Duitsland

De Tweede Kamer stemde dinsdag in grote meerderheid voor het verder uitwerken van de plannen voor de Nedersaksenlijn, de spoorlijn die Groningen, Drenthe en Twente met elkaar moet verbinden. "In het onderzoek dat nu wordt gestart kijken we hoe economie, woningbouw en een beter bereikbaarheid elkaar kunnen versterken. Het gaat ons hierbij ook om de spoorverbinding met Noord-Duitsland."
In het MIRT-onderzoek zullen 'alle denkbare varianten' worden bekeken, zodat de bestuurders later een juridisch, financieel en maatschappelijke juiste keuze kunnen maken. Het onderzoek moet uiterlijk in de herfst van 2024 klaar zijn. Het streven is om ook in dat jaar een 'go of no-go' -besluit te nemen voor een MIRT-verkenning.