Friese veehouders maken nog amper gebruik van regeling om wolf te weren

Jaap Mekel uit Ravenswoude, wolvenconsulent voor de provincie Fryslân © Omrop Fryslân
Schapen- en geitenhouders in het zuidoosten van de provincie kunnen gebruik maken van advies en subsidie om de wolf te weren. Maar dat doen nog niet veel veehouders, constateert provinciaal wolvenconsulent Jaap Mekel.
Jaap Mekel uit Ravenswoud heeft een eigen bedrijf in natuurbeheer, maar werkt ook een aantal uren per week als wolvenconsulent. Dat doet hij vier uur per week voor de provincie Fryslân, maar ook vier uur per week voor provincie Drenthe.
Mekel werd in maart ingeschakeld door Fryslân om advies te geven over preventie, bijvoorbeeld het neerzetten van elektrische rasters, en over een subsidie voor die maatregelen.
Sinds maart is hij nog maar zo'n 15 tot 20 keer ingeschakeld door veehouders.

'In de ontkenning'

De wolvenconsulent denkt dat boeren nog te veel 'in de ontkenning' zitten. "Je zou het eigenlijk moeten vragen aan de veehouders die mij niet benaderen. Maar bij de enkele veehouders in Fryslân waar ik kom, zeggen ze vaak: ik had het idee dat het wel mee zou vallen. Toch een soort ontkenning", zegt Mekel.
Schapen achter schrikdraad © ANP
In Drenthe ziet Mekel hetzelfde beeld. "Het kan ook zijn dat je het niet zit en hoopt dat de wolf weggaat. Maar dat wordt gissen. Of dat de website van de provincie duidelijk genoeg is en men mijn advies niet nodig heeft. Maar dan zou je zeggen dat er flink gebruik wordt gemaakt van de subsidie en dat kun je nu ook niet zeggen."

Paarden

Opmerkelijk is dat de consulent de afgelopen tijd met name werd ingeschakeld door paardenhouders. Die kunnen geen gebruik maken van de subsidieregeling, die alleen voor schapen- en geitenhouders is, maar hadden wel behoefte aan advies.
"Ze willen wel graag ter plekke advies over hoe ze hun paarden kunnen beschermen. Ik krijg er vaak positieve feedback op, ze zijn blij dat het toch even wat duidelijker is", legt Mekel uit.
Het gebied dat in aanmerking komt voor de regeling © Provinsje Fryslân
De subsidieregeling bestaat sinds april en is aanvankelijk bedoeld voor het belangrijkste wolvengebied: het zuidoosten. Dat is ongeveer het gebied tussen Appelscha, Ureterp, Heerenveen en Steggerda, waar de wolf het meest wordt gezien.
Veehouders buiten dit gebied kunnen ook steun aanvragen, maar dan moeten er binnen één week minstens twee wolvenaanvallen zijn geconstateerd in de betreffende gemeente.
Gedeputeerde Staten hebben in totaal 200.000 euro beschikbaar gesteld. Aanvragers kunnen maximaal 20.000 euro krijgen om hun vee te beschermen.

Nog niet veel subsidie aangevraagd

Mekel gaat niet over het uitkeren, maar weet wel dat ook daar nog niet veel gebruik van is gemaakt. Hij schat dat er nog maar zo'n 5.000 tot 10.000 euro subsidie is gegeven. "In Drenthe is al zo'n 500.000 euro uitgekeerd", vergelijkt Mekel.
Wel is het zo dat Drenthe ook meer last ondervindt van wolven. "Daar is veel meer sprake van zwervers en Drenthe zal ook iets aantrekkelijker zijn om langer te verblijven voor de wolf, met de bossen en bosjes."
Een wolf op de Veluwe © ANP
De echt grote veehouders die bijvoorbeeld verschillende kuddes schapen op een groot aantal hectares land hoeden, zullen niet genoeg hebben aan de subsidie van de provincie. Mekel denkt dat dit wel enkele tientallen bedrijven kunnen zijn.
Bovendien wordt alleen het materiaal vergoed met de regeling. Het plaatsen van rasters moet dus zelf betaald worden. "Dat zal ook zeker zijn waarom grote schapenhouders mijn diensten ook niet te hoeven gebruiken. De factor arbeid wordt niet vergoed. Wanneer je een grote schapenhouder bent, heb je er misschien wel één fte bij nodig. Die kan ik niet bieden. Dat is zeker een probleem."

Preventie goed uitvoeren

Bij de mensen die wel maatregelen nemen, ziet Mekel dat het lang niet altijd goed gebeurt. Als er alleen gaas staat, kan de wolf er bijvoorbeeld onderdoor graven. Een stroomdraad moet daarom op maksmaal 20 centimeter boven de grond.
Zo zijn er nog veel meer tips die Mekel als consulent geeft, gebaseerd op richtlijnen van uitvoeringsorganisatie BIJ12 en ervaringen in het buitenland.
Het komt neer op het plaatsen van stroomdraden, waar zo'n 4.500 volt op moet. "De draden moeten op specifieke afstanden zitten. De onderste draad is heel belangrijk, die mag niet hoger hangen dan 20 centimeter. Dat is een lastige, want er hoeft maar een keer een das onderdoor te graven of je hebt een doorgang waar de wolf onderdoor kan."
Schapen achter schrikdraad © ANP
Mekel is er wel van overtuigd dat rasters een oplossing vormen. "Er zijn allemaal beelden bij wolfwerende rasters waarop te zien is dat wolven bij schapen proberen te komen. Maar dan lopen ze een rondje en gaan ze weer door. Mensen hebben hun twijfels, maar er is allemaal bewijs uit Nederland dat ze werken. Natuurlijk zullen ze de wolf niet 100 procent tegenhouden, maar de zullen goed werken."

Wisselende reacties

Dat de komst van de wolf gevoelig ligt, merkt Mekel wel. Sommige veehouders zijn blij en stellen zich constructief op, maar bij andere veehouders op het erf merkt Mekel dat zij eerst hun emotie kwijt moeten of dat ze de kont tegen de krib gooien.
De emoties lopen soms hoog op, zoals bij deze boer in Jonkersland © ANP
Het scheelt wel dat Mekel alleen over preventie gaat. Als er schapen of ander vee doodgebeten is, komen medewerkers van BIJ12 om onderzoek te doen of het echt een wolf betrof. Die medewerkers hebben het wel moeilijker, denkt Mekel, die als consulent niet verantwoordelijk is voor de afhandeling van wolvenschade.
Wolvenconsulent Jaap Mekel
De consulent is aangesteld op advies van de Projectgroep Preventie Wolveschade Fryslân (nu de Gebiedscommissie Wolf). Mekel zit ook bij het overleg van deze commissie, maar maakt er officieel geen deel van uit. De provincie Fryslân is opdrachtgever van Mekel, de consulent handelt dus ook naar wat politiek wordt vastgesteld.