Successen bij het Lauwersmeer, maar voor veel vogels ook actie nodig

Een baardmannetje in de Kollumerwaard © ANP
Met een aantal vogelsoorten in het Lauwersmeergebied gaat het goed, maar voor een groot deel is juist extra inzet nodig. Dat is de conclusie in de nieuwe evaluatie van het beheerplan.
Het gaat om het beheerplan over 2016-2022 dat voor het Lauwersmeer als nationaal park is opgesteld. In 2000 is het aangewezen als Natura 2000-gebied. Met de evaluatie is nagegaan welke effecten beheer en maatregelen hadden, zoals het beweiden van land of het tijdelijk hoger leggen van het waterpeil.

Broed - en trekvogels

Van de 13 soorten broedvogels die beschermd zijn in het gebied, gaat het maar met vier soorten goed. Dat zijn de blauwborst, de snor, de bontbekplevier en de rietzanger. Voor de andere 70 procent van de soorten geldt dat de doelstellingen niet worden gehaald, het gaat onder andere om de roerdomp, de porseleinhoen en het paapje.
In het gebied komen 29 soorten trekvogels en wintergasten: daarvan gaat het met 11 soorten niet goed. De doelen worden niet gehaald voor onder andere de lepelaar, de dwerggans en de pijlstaart.

Otter en zeearend

Er zijn ook successen: de otter en de zeearend zijn intussen gevestigde soorten in het gebied. En in de duinen komt de groenknolorchis voor als plantje, een kwetsbare soort die beschermd is in Europa.
Er zijn ook belangrijke stappen gezet, zo staat in het rapport. Bijvoorbeeld het extensief beweiden en de inrichting van de Bochtjesplaat als rustgebied en als gebied voor rietontwikkeling. Maar het is duidelijk dat er meer maatregelen nodig zijn om soorten te behouden, daarvoor doet het rapport diverse aanbevelingen.

Aanbevelingen

Er is een beter waterbeheer nodig dat rekening houdt met het zouter worden van de omgeving en het opslaan van water voor droge periodes. Er moeten ook genoeg rustplaatsen voor vogels zijn. Mogelijk hebben de noordse stern, de reuzenstern en de lepelaar hier last van.
Kluten en grutto's vliegen op in het Lauwersmeergebied © ANP
Dat zou ook met recreatie te maken kunnen hebben, zo staat in het rapport, maar dat wordt niet gemonitord. Dat moet voor de nieuwe evaluatie wel gedaan worden, zo is de bedoeling.
De dichtgroei van open gebieden moet met beweiding worden tegengegaan, dat is goed voor de kluut, de grauwe kiekendief en de velduil. Verder moeten ook de rietvegetatie, moerasgebieden en plasdras beter.

Nieuw plan

Het plan voor 2016-2022 was het eerste beheersplan, volgend jaar wordt er een nieuw plan voor de komende zes jaar gemaakt. Daarvoor werken de provincies Fryslân en Groningen, Wetterskip Fryslân en Waterschap Noorderzijlvest en Staatsbosbeheer samen.