'Provincie was te rooskleurig in het behouden van Thialf'

"Ze hadden het kunnen weten." Dat zegt Jan van der Bij van de Noordelijke Rekenkamer over de problemen die de provincie nu heeft met de exploitatie van ijsstadion Thialf in Heerenveen. "Een ijshal kostendekkend exploiteren met zulke hoge kapitaallasten is uitermate lastig."
Collegelid Jan van der Bij van de Noordelijke Rekenkeamer
De Noordelijke Rekenkamer kwam maandag met een rapport, geschreven op verzoek van Provinciale Staten. Onderwerp van onderzoek was de besluitvorming rondom de verbouw van het ijsstadion na 2012.
Thialf leed de afgelopen jaren verliezen en kwam eerder dit jaar met het nieuws dat rekening werd gehouden met een faillissement. De provincie werd in 2013 met een investering van 50 miljoen euro de grootste aandeelhouder. Na tegenslagen moest de provincie ook in 2018 al geld beschikbaar stellen om Thialf niet failliet te laten gaan.
Een deel van de verliezen komt door de zonnepanelen die op het dak liggen. De panelen zijn met het isolatiemateriaal op het dak niet veilig, daarom mogen ze niet aangezet worden en krijgt Thialf daar geen inkomsten uit.
Volgens Jan van der Bij blijkt keer op keer dat de provincie te rooskleurig was in het berekenen van het exploitatieresultaat. "Men dacht dat het wel mee zou vallen met de prognoses, energieprijzen, bezoekersaantallen en de huur van de schaatsbond. Het was altijd net iets minder rooskleurig."

Nauwelijks discussie over eigenaarschap

De Rekenkamer is ook kritisch op het feit dat de provincie aandeelhouder is van het ijsstadion. Er is nauwelijks discussie geweest over het eigenaarschap, zegt Van der Bij. "Welke argumenten waren daar destijds voor? Die hebben we nauwelijks teruggevonden. Er is niet uitgebreid over gesproken, dat heeft ons wel verbaasd."
Collegelid Jan van der Bij van de Noordelijke Rekenkamer
Thialf had ook kunnen worden gevraagd om met een goed zakelijk voorstel te komen. "Dat kun je bekijken en vervolgens kun je op jaarbasis onderzoeken hoe men het exploitatieresultaat afdekt. Maar als je eigenaar bent van Thialf, ontstaat er een wezenlijk andere situatie."
Het was een kroonjuweel, met een nationale en internationale uitstraling. Dus er was veel aan gelegen om dit te behouden.
Collegelid Jan van der Bij van de Noordelijke Rekenkamer
De provincie Fryslân had slechts een belangrijk argument voor ogen om te blijven investeren in Thialf: het behoud van het ijsstadion. "Het was een kroonjuweel, met een nationale en internationale uitstraling. Dus er was veel aan gelegen om dit te behouden."

Druk van buiten de provincie

Daar komt bij dat ook andere steden in het land plannen hadden voor een ijstempel, zoals Zoetermeer en Almere. Het was dus voor de provincie belangrijk dat Thialf 'toonaangevend en competitief' zou blijven, zegt Van der Bij. "Eentje die internationaal kan concurreren."

Economische kant onderbelicht

De Noordelijke Rekenkamer heeft wel begrip voor die argumenten. "Wij vinden de cultuurhistorische argumenten houdbaar en begrijpelijk. Maar door die consensus bleef de bedrijfseconomische kant onderbelicht."
Als je het als provincie echt wilt, moet je ook eerlijk zijn over wat het in de toekomst gaat kosten, vindt Van der Bij.

Elfstedenhal

Wat Van der Bij wel verbaasd heeft, is dat de provincie ook heel erg heeft ingezet op de bouw van de Elfstedenhal in Leeuwarden. "Thialf is daardoor naar schatting zo'n 250.000 euro aan inkomsten misgelopen. Het heeft ons ook verbaasd, omdat het bekostigen van sportaccommodaties eigenlijk een gemeentelijke taak is. Daar is van afgeweken voor Thialf, maar ook voor de Elfstedenhal."