Wat is de oorzaak van de sterfte bij bruinvissen? Onderzoekers gaan aan de slag

Al dagenlang is het een macaber gezicht op de stranden van de Waddeneilanden: tientallen dode bruinvissen zijn aangespoeld. Het is nog een raadsel hoe dit kan. Er zijn meerdere scenario's, die variëren van aanvallen door zeehonden tot de oefening van de marine.
Het is nog niet duidelijk wat de oorzaak is van de dode bruinvissen:
De dieren gaan naar de Universiteit Utrecht voor verder onderzoek. Bioloog en onderzoeker Lonneke IJsseldijk gaat de dieren onderzoeken om de doodsoorzaak te achterhalen.
"We zijn nog niet begonnen met het onderzoek", zegt Lonneke IJsseldijk. "Onze eerste prioriteit is om de beesten deze kant op te krijgen. "Wat we hebben, ligt opgeslagen in de vriezer. We moeten ons voorbereiden en bedenken wat willen we onderzoeken. Er zijn een aantal per eiland verzameld. We zijn afhankelijk van in hoever de staat van ontbinding is, dat beperkt ons en misschien kunnen we niet zoveel onderzoeken als we zouden willen."

Bruinvissen op sectietafel

Het dier wordt op de sectietafel gelegd. "Dan voeren we autopsie uit. We beginnen aan de buitenkant en werken dan naar binnen, bekijken de organen en bemonsteren die. We onderzoeken bijvoorbeeld of er voedsel in de maag zit. Een belangrijke vraag is of ze gezond waren of dat ze al tekenen van ziekte hadden en of dat hetzelfde is voor alle dieren of juist verschillend per dier. Maar misschien komen we er ook niet achter omdat het kadaver in zo'n slechte staat is."

Speculeren naar oorzaak

Ze kan nog niets zeggen over mogelijke oorzaken. "Dat is speculeren. Het valt op dat ze allemaal in dezelfde staat van ontbinding zijn, dus zouden ze op hetzelfde moment moeten zijn overleden." Bij zulke massale aantallen heeft het vaak te maken met ziekte of dat er sprake is van een menselijke activiteit. "Als het zou gaan om een aanval van een zeehonden zie je dat dat meer gebeurt bij individuele dieren."
© RTZ & Dierenambulance Ameland
Een menselijke activiteit zou een recente marine-oefening kunnen zijn. Of daar explosieven bij zijn gebruikt, wordt uitgezocht. "Die vraag ligt bij het ministerie van Defensie."
Verslaggever Remco de Vries is maandag op het eiland en vult aan: "Het zijn stresskippen, ze zijn erg afhankelijk van hun sonar en gehoor. Als er dan enorme klappen komen, kunnen ze er zo'n knauw van krijgen dat ze er dood aan gaan."

Onderwaterlawaai

Arthur Oosterbaan van Ecomare vertelt dat er in het Nederlandse deel van de Noordzee zo'n 40- tot 60.000 bruinvissen leven. Oosterbaan vindt dat goed moet worden onderzocht hoe het kan dat er nu zo'n groot aantal om dezelfde tijd zijn gestorven.
Arthur Oosterbaan van Ecomare
Volgens Oosterbaan gaat het bij sterfte om drie dingen: vervuiling met gif, visnetten of onderwaterlawaai. Dat laatste zou nog het meest waarschijnlijk zijn. Bruinvissen jagen met sonar en als er te veel geluid in de omgeving is, zijn ze 'blind' onder water. Dat geluid kan bijvoorbeeld van schepen, boringen of het aanleggen van een windpark komen. Maar zoiets is speculatie.
© Omrop Fryslân, Remco de Vries

Sommige dieren blijven liggen

De meeste dieren zijn aangespoeld op Ameland en Schiermonnikoog, maar intussen zijn er ook al meldingen van bruinvissen die op het vaste land zijn gestrand.
Zondag zijn zo'n 13, 14 dode dieren gevonden, vertelt verslaggever Remco de Vries die maandag op het eiland is. "De Dierenambulance heeft net ook een eerste melding vandaag gekregen, bij Ballum zou wat liggen." Sommige dieren laten ze liggen als die op plekken zijn waar geen toeristen komen. "Dan heeft de natuur er ook wat aan, zeemeeuwen bijvoorbeeld. Sommige dieren zijn nuttig voor onderzoek en die gaan naar onderzoekers van de universiteit in Utrecht. Als de bruinvissen op toeristisch drukke stukken strand liggen, worden ze weggehaald."
Het aantal meldingen kan nog toenemen als er meer mensen op het strand komen. "Het was vannacht hoogwater dus er kan nog van alles aanspoelen." De laatste jaren is de populatie van bruinvissen flink gegroeid. Het is geen zeldzame soort.
Verslaggever Remco de Vries en onderzoeker Lonneke IJsseldijk