"Onmenselijk hekwerk houdt laatste restje mededogen tegen"

30 mrt 2020 - 12:07

By Noorderbreedte Revalidatie yn Ljouwert waarden ôfrûne wykein stekken pleatst om famylje te kearen dy't op besite komt. Fanwege it coronafirus is kontakt fia it rút it iennichste kontakt dat se noch meitsje kinne mei minsken yn it refalidaasjesintrum. In protte besikers fine dat it pleatsen fan dit hek fierstente fier giet.

Foto: Omrop Fryslân, Auke Zeldenrust

Ek de mem fan ferslachjouwer Auke Zeldenrust is pasjint by Noorderbreedte Revalidatie en wachtet oant har soan wer foar it raam ferskynt. Zeldenrust skreau it folgjende stik oer de impact fan dit stek.

Harteloos hek houdt mededogen tegen

Op zoek naar mem vond ik uiteindelijk het raam dat hoorde bij kamer 22, afdeling twee. We werden gescheiden door glas maar gezien de omstandigheden konden we daar begrip voor op brengen. 'Wat is it dochs wat', korter en krachtiger kon haar beschrijving van de corona-crisis niet zijn. Ik probeerde haar duidelijk te maken dat de wereld stilstond, dat vliegtuigen niet vlogen en scholen gesloten waren. Ach, die aarde waarop ze al meer dan negentig jaar rondliep, die zou dit ook wel overleven. Ik zie het haar denken. 'Moai, datsto der bist', vindt ze veel belangrijker.

Het is een kort samenzijn, die ochtend daar bij het raam, dat met toestemming van de aanwezige verpleegkundige op een kier staat. Zo worden woorden verstaanbaar en is zelfs een gesprekje mogelijk. Maar elkaar even kunnen zien is van grotere waarde, dat voelen we allebei. 'Moai dat it sa efkes kin'. Mem knikt, we zwaaien en ik beloof snel weer langs te zullen komen. Ik wandel terug langs vele kamers, gevuld met eenzaamheid. Een vrouw die een kruiswoordpuzzel oplost, een man die met een lege blik in de verte staart.

Ik ben overigens niet de enige op deze bizarre zoektocht naar familieleden. Her en der ontdek ik lotgenoten die vanwege de corona niet naar binnen mogen en op dezelfde manier oogcontact maken. We zijn het er allemaal over eens dat het onwerkelijk is maar dat we de maatregelen van de regering wel snappen. 'Het is voor iedereen het beste, we moeten er doorheen', zegt de een. Een ander vertelt dat haar vader het gemis aan fysiek contact niet lang meer zal volhouden. We troosten elkaar, wensen elkaar sterkte en vermoeden dat we elkaar hier vaker zullen zien.

De dag sleept zich voort door stille straten en lege winkels. De tijd die anders zo vliegt, geeft me gelegenheid om nog diezelfde dag mem met een bliksembezoek te verrassen. Fietsend door de stad zie ik op straat een sliert wachtenden voor de drogist, een politie-auto die omroept om afstand van elkaar te houden en een trein met één machinist en één passagier. Ik hoor mezelf mompelen dat er een grauwe sluier over de aarde ligt en ik lees op elk gezicht de bevestiging daarvan. Niemand hoeft te kunnen acteren om in deze thriller te mogen spelen. Trouwens, je hebt geen keus, je zult wel moeten.

Bij het verzorgingshuis aangekomen voel ik dat er iets is. Nog steeds komen mensen schone kleding, kaarten en bloemen brengen die eerst 24 uur in quarantaine gaan en pas de volgende dag worden bezorgd. Daaraan ben ik inmiddels gewend en gezien het besmettingsgevaar heb ik daar begrip voor. Maar als ik aan mijn wandeling naar raam 22 wil beginnen, word ik tegengehouden door een hek. Het is zojuist geplaatst en er wordt me door een medewerker medegedeeld dat de directie genoeg heeft van de taferelen buitenshuis. 'Dat kun je niet maken', protesteer ik. 'U ontneemt mij en mem het enige lichtpuntje van de dag'. Ik krijg een telefoonnummer dat ik kan bellen. Niemand neemt op.

Een dag later volgt er een persverklaring. Dat de vrij toegankelijke binnentuin wel afgesloten moest worden omdat een enkeling zich niet hield aan de anderhalve meter afstand en via een openstaand raam de hand naar zijn of haar geliefde had gereikt. En ik moet toegeven, zo'n verboden toenadering heb ik met eigen ogen gezien. Hoe voorstelbaar ook, niet doen! Maar dat vervolgens al die anderen die de voorschriften volgen en het door glas gescheiden samenzijn ervaren als een heilzaam geluksmoment in barre tijden, op een harteloos hek stuiten, gaat mijns inziens te ver.

Ik ben er de man niet naar om grote woorden te gebruiken behalve wanneer rechtvaardigheid en menselijkheid in het gedrang komen. In deze surrealistische tijd moeten we toezien hoe het verstoorde menselijke contact vat krijgt op onze samenleving. Dat is nu nodig om te overleven. En dus accepteer ik dat ik in de supermarkt meer als bedreiging en potentiële virusdrager wordt gezien dan als mens, dat de ogen van beveiligers in mijn rug prikken bij een ommetje door het park en dat dingen die ooit zo gewoon waren, niet meer mogen. Maar dit hekwerk dat een laatste restje mededogen en medeleven tegenhoudt, is onmenselijk. Terwijl ik dit schrijf, krijg ik een bericht op de familie-app. Zojuist is er met mem gebeld. Ze is moe en vraagt zich af wanneer Auke weer bij het raam staat, net als gisteren. We durven het haar nog niet te vertellen. Van dat hek.

Auke Zeldenrust, Leeuwarden

(advertinsje)
(advertinsje)