Dit is hoe't seekoeten holpen hawwe by it skjinner krijen fan de see

23 des 2019 - 19:46

It Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) brûkt al jierren seekoeten om de oaljefersmoarging yn see te mjitten. Dizze fûgels tsjinje al 60 jier as mjitynstrumint en yn dy 60 jier is hiel wat feroare. De see is skjinner wurden. Neffens ûndersiker Kees Camphuysen is it in suksesferhaal.

In seekoet - Foto: ANP

Camphuysen leit út hoe't de fûgels krekt brûkt wurde. "Deze dieren zitten in grote aantallen op zee en ze kunnen heel slecht tegen olie. In alle landen rond Europa volgen wij de strandingen van dode zeekoeten op strand en het percentage olieslachtoffers daarvan gebruiken wij als maatstaf. Het is een mooi onafhankelijk meetinstrument. Je kunt natuurlijk olie vanuit de lucht met een satelliet bekijken. Maar dit is een onafhankelijk instrument om te volgen of die chronische vervuiling verandert."

It moaie is dat Camphuysen konstatearret dat de see hieltyd skjinner wurdt. "In deze tijden van stikstof- en andere problemen is het ook leuk te merken dat milieubeleid soms goed werkt. Als je zo'n 30-40 jaar geleden naar het strand ging op de Waddeneilanden kwam je met zwarte schoenen thuis," seit de ûndersiker.

Folle earder as tocht skjin

Mar tiden feroarje. "Dat is tegenwoordig niet meer zo, het is geleidelijk afgenomen. In Europa hebben we als doelstelling gezet dat als je van die aangespoelde zeekoeten hoogstens één van de tien vogels met olie vindt, dan heb je het doel bereikt. Dan beschouwen wij de zee als schoon. We hadden gehoopt dat we dat in 2030 konden bereiken, maar eigenlijk zijn we er al in 2020. Dus we hebben de zee werkelijk schoner gekregen."

'Vuilnisvatfunctie'

Hoe koe de fersmoarging ferdwine? Camphuysen: "De olievervuiling leek een onoplosbaar probleem, maar dat was het toch niet. Het is een combinatie van beleid, dus controle en boetes, en onderwijs. Je moet de zeevarenden ook leren dat je niet alles overboord moet gooien omdat dit gevolgen heeft. Vroeger gooide men alles in zee, dat kun je je nu niet meer voorstellen. Maar we hebben ons gerealiseerd dat de zee niet onuitputtelijk is wat vis betreft, maar ook niet wat betreft de vuilnisvatfunctie. Dus we gooien er minder in en dat helpt enorm. We hebben een oorlog gewonnen."

Eltse fûgel dy't dea fûn wurdt troch oalje is der ien tefolle, fynt Camphuysen. "Nog steeds is één op de tien aanzienlijk. Maar we kijken ook niet alleen naar zeekoeten die ver op zee zitten, maar ook naar bijvoorbeeld de eidereend die dichterbij zit in de Waddenzee. Vroeger vond je in de Waddenzee even veel slachtoffers van olie als bij zeekoeten, maar de laatste tien jaar vinden we eigenlijk helemaal geen olieslachtoffers onder eidereenden meer." En dat is fansels allinne mar posityf.

Kees Camphuysen fan it Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ)

(advertinsje)
(advertinsje)