Kollum: "Och heden Hitskes"

22 mrt 2019 - 10:29

"Omdat wij op de plaatselijke stuurder uit de culturele hoofdvergrijmplaats zien hadden dat het Bokwerds weer nijmoodrig is, wouden wij ook graag even het één en ander meedelen over ons leven want wij hadden aflopen week onze jaardag en zijn alweer 48 jaar geworden, zie.

Hilda Talsma - Foto: Omrop Fryslân

De Toan fan Hilda Talsma

Och heden Hitskes, zult u wel denken, wat één krebentig oud wijf en zo voelen wij ons bijtijden ook, want de overgang blijkt gelijk ook de ondergang te wezen van de eeuwige jeugd. Zodoende krijgen wij heeltijd meer krupsies en teren om de snuit, zijn wij zomaar een paar kilo aankomen en hebben wij op het heden min verlet om iets nuttigs te doen.

Ook kunnen wij behoorlijk balsturig zijn waardoor de kans op bargebijten groot is en wij vergeten van alles dus ons hoofd is bijtijden aardig in de tijs. Er zijn van die momenten dat wij allang aan het etensieren wezen moesten, wijlst wij nog druk doende waren met niets doen en dat het ons ontschoten was om de oven voor te verwarmen en de aardappels branden ook om het hertje aan.

Wij tramteren ons naasten zo uit en door ook maar daar voelen wij ons niet verantwoordelijk voor omdat wij er niets aan doen kunnen, verder. Het is bijtijden vrij dijzig in de plasse maar zodra wij een opstijging krijgen en allemachtig heet worden in de beelg dan staan wij drekt weer met beide voeten op de grond en weten wij van ellende niet hoe gauw wij de kleren uitsmijten moeten, heite.

Er zit een groot verschil tussen begin 40 en eind 40 maar wij zijn van bedenken, dat als we ons hier doorheen slagen, hebben wij in een soort van tweede jeugd telande komen. Wij hopen dat het er dan weer eens mal om weg gaan kan en wij er niet glad meer mee aan zijn.

Wij scheuren op het heden niet uit de buisen maar wel uit de Berend Hup omdat de knijnen haast lijke groot zijn als de hijnders. Wij mogen er maar min over wijlst de skipper er geen moeite mee heeft, verder. Maar zo stadigaan mag deze fase om ons wel delbedden want wij hebben er zo naastkleinen struipstervende waar schoon ons nocht ervan.

Toch zijn wij niet van doel en geven belies maar in stee van doende te zijn met bijgelijks de politiek en ons nieuwe boek hebben wij liever meer elastiek in de broek. Met de jaren worden wij wel betuifter in het leven en de liefde en met wat spek meer op de bonken slaan wij ons ook beter door de winter heen, dus wat dat aanbelangt is het wel schande dat het meitijd wordt.

We emelen en beren er gelukkig nog niet zo overdweilsk in om als Piet Lieg met zijn horrorwinter in februwaris wijlst het toen wel klarebare zomer leek, maar wij zijn van bedenken dat er misschien ook wel op ons horrormonen doelde . Dochs schreeuwde het vanzelfs weer aan de spreeuwen en ons heit en mem en die mogen ook niet over zulk afwaaid praat.

Wij hebben wel even raar goed spuid over die windpuisters van de aflopen tijd maar zijn blij dat het weer neergebed is. Omdat wij in de herfst van ons leven bedaard zijn, zijn wij tijge op het eind dat de dagen lengen en de vogels het hoogste lied weer zingen. En wat ook helpt tegen de ondergang is ons kleine nieuwe blafferd waar wij erg van genieten kunnen.

Al met al is het elke dag afzien maar gelukkig is de geest nog niet stukken zodat we het grif wel knap overkomen zullen. Tiet zat, maar de vruchtbare tijd hebben we had."

(Advertinsje)
(Advertinsje)