Extreem weer maakt het de insecten lastig

22 aug 2020 - 08:23

Het weer wordt steeds extremer en dat is voor insecten soms moeilijk. Veel kunnen wel tegen heet weer, maar de planten en bloemen waarvan ze afhankelijk zijn veel minder. En als er wat regen valt, komt dat soms met bakken naar beneden. Het is dan niet altijd gemakkelijk voor de insect.

Ekstreme waar sit ynsekten yn't paad

"De lentes worden steeds droger en dan komen van zulke plensbuien in de zomer. Er zijn soorten die ecologisch gezien op de verkeerde plek zitten. Als die een zekere vochtigheid nodig hebben en dat zoeken in de droge perioden, dan gaan er zeker slachtoffers vallen bij die zware buien", geeft boswachter ecologie Jakob Hanenburg aan als voorbeeld van hoe soms heel direct extreem weer invloed kan hebben op insecten.

Wij mensen kunnen meestal gewoon naar binnen om droog te blijven of technologische oplossingen vinden om niet te warm te worden.

Boswachter ecologie Jakob Hanenburg

De heaflinter. Ea in algemiene foarkommende flinter, mar no hieltiten seldsumer - Foto: Omrop Fryslân, Remco de Vries

Goed nieuws

Het goede nieuws is dat je de natuur zo kunt inrichten en beheren dat de kleine beestjes het goed hebben of zelfs heel goed. Ook bij dit extremere weer. Dat is bijvoorbeeld te zien in moerasgebied de Houtwiel bij Feanwâlden, maar ook bij de Himpensermar bij Leeuwarden.

Belangrijke ingrediënten daarvoor zijn een hoog waterpeil met een goede kwaliteit water en een aangepast maaibeheer waarbij rekening wordt gehouden met de levenscyclus van de insecten. Hanenburg: "De meeste insecten hebben een complex leefgebied. Er moet van allerlei aspecten wat zijn en dat kun je bedienen. Daar kun je met het beheer heel goed rekening mee houden."

De wespspin dy't troch it feroare klimaat no geregeld yn Fryslân te sjen is. - Foto: Omrop Fryslân, Remco de Vries

Door rekening te houden met de leefomgeving van insecten kun je ze dus helpen; ook als het klimaat verandert. Hanenburg ziet het om zich heen gebeuren in de natuurgebieden waar hij komt: "Een voorbeeld is een grote libelle, de groene glazenmaker die het grootste deel van zijn leven leeft als larve in sloten met krabbescheer en dat gaat hier heel goed."

"84 procent is verdwenen"

Datzelfde geldt ook voor de dagvlinders. "Zo langzamerhand zijn die heel zeldzaam aan het worden. Dat gaat echt zo hard. De laatste 100 jaar is 84 procent van onze dagvlinders verdwenen. Hier zie je er nog heel veel. De hooivlinder en zwartsprietdikkopje en ook een mooie typische soort als het oranjetipje vinden hier allemaal nog een plekje", zegt Hanenburg.

Door de klimaatveranderingen komen zuidelijke soorten ook hierheen. Zo kom je de wespspin nu regelmatig tegen hier.

(Advertentie)
(Advertentie)