Een unieke inkijk in de verloren Joodse gemeenschap van Franeker

02 jun 2020 - 12:04

Een man zit zo goed als verscholen in een boom. Hij is fruit aan het plukken. Onder de boom staat een groep mannen. Een van hen houdt zijn handen omhoog met de buit. De anderen lachen en eten het op. Het is het jaar 1939. Jacob Bramson legt met zijn 8 millimeter-camera zorgvuldig het leven op de kibboets vast. Dat deed hij eerder ook al. De tweede geneesheer van het psychiatrisch ziekenhuis Groot Lankum in Franeker is één van de initiatiefnemers en raadsheren van de kibboets. Bramson geeft zo een unieke inkijk in het leven van een exotische gemeenschap in Fryslân.

Twee van de Joodse vrouwen aan het werk bij een tuinder - Foto: Omrop Fryslan

In 1935 wordt in het oude stationsgebouw aan de Harlingerweg 45 een kibboets gevestigd. Het is een landbouwschool voor Joodse jongeren die plannen hadden om naar Palestina te emigreren. Op de school zaten in het begin veel Nederlandse studenten; later komen er Joden bij die gevlucht zijn uit Duitsland, Oostenrijk en Polen. Het stationsgebouw is de tweede locatie. De eerste op het Noorderbolwerk werd te klein.

Het is vee-onderwijzer Wolf Tempel uit Ommen die in 1934 naar Franeker komt om een plan van Jacob Bramson te realiseren: het oprichten van een Joodse landbouwschool. Tempel werkt voor Dath Waarets. Dat is een religieus-zionitische organisatie die Joodse jongeren geïnteresseerd wil maken voor emigratie naar Palestina. De jongeren krijgen een opleiding aangeboden die gericht is op het leven op een kibboets: een landbouwkolonie in Palestina.

"Je herkent het gebouw duidelijk", zegt Syds Wiersma, coördinator van het Fries Film Archief. "De deur, de hoek van het gebouw. Daar stapten ze naar buiten. Er is eigenlijk niet veel veranderd. Dit was de plek waar ze aan het stoeien waren."

De bewoners lopen stage bij boerenbedrijven in de omgeving. Zoals bij het kassencomplex dat vlakbij de kibboets ligt. Op de film zie je twee vrouwen van de kibboets die er hard aan het werk zijn.

De kibboets zat in het oude stationsgebouw aan de Harlingerweg - Foto: Omrop Fryslan, Hayo Bootsma

Online identificatie

Syds Wiersma en Kelly Bauer van het Fries Film Archief zijn in samenwerking met het Historisch Centrum Franeker druk bezig geweest met onderzoek naar de beelden. Het is gelukt om met behulp van online research een groot deel van de mensen te identificeren.

Wiersma: "Wij kwamen erachter via mevrouw Polak uit Egmond aan Zee. Zij was een nicht van de vrouw van Bramson. Mevrouw Polak had een dvd met familiebeelden. Zo hebben we contact opgenomen met Yad Vashem."

De zoon van Bramson, Josef, heeft de beelden er in 2013 naartoe gebracht en omschreven. Hij, zijn vader en zijn beide zussen hebben de oorlog overleefd. De vrouw van Jacob Bramson niet.

"Bramson was dokter en werkte zodoende in een verscheidenheid aan kampen in Nederland: Westerbork, Vught en Barnevel. Aan het einde van de oorlog zat het hele gezin in Bergen-Belsen en moesten Jacob en de kinderen op het laatste transport naar Theresiënstadt in Tsjechië. Die trein kwam nooit aan en is gevonden door de oprukkende Russische troepen."

Grote historische waarde

Na de oorlog is Bramson al vrij snel geëmigreerd naar Israël. Wiersma: "De historische waarde van wat hij heeft gefilmd is heel groot. Sowieso zijn filmbeelden van de Joodse gemeenschap voor of in de oorlog zeldzaam. Maar hier zie je een gemeenschap die eigenlijk leeft op een eiland naast de stad. Mensen met een ideaal om ergens naartoe te gaan. Een vitale, levendige gemeenschap die weg wilde uit vijandig Europa."

Eleazer, Eli, Asscher aan het melken - Foto: Omrop Fryslan

Eli Asscher

De beelden zijn gemaakt in 1937 en 1939. Wiersma en de eerdere stadsarchivaris van Franeker, Gerard van der Heide, concluderen dat op basis van de inschrijvingen in het gemeenteregister. In beide gevallen is Eleazer 'Elis' Asscher aanwezig. Hij is opleider bij Dath Waarets, een organisatie die enkele kibboetsen runde. Naast die in Franeker hadden ze er ook één in Beverwijk en Almelo. Asscher speelt een prominente rol in de film. Wiersma denkt dat het te maken heeft met zijn functie: "Hij komt in 1937 op de kibboets. Hij wordt opleider Landbouw."

Op de beelden zie je Eleazer Asscher op een paard racen, maar ook tussen de koeien staan. "Het lijkt erop dat hij een goede melker was. Hij wordt daar vanuit verschillende hoeken in beeld gebracht." Ook Asscher is een oorlogsslachtoffer. Hij komt na de oorlog ziek terug uit concentratiekamp Bergen-Belsen en overleeft het niet.

Een aparte groep

De Joodse studenten werken onder andere op de boerderij van Van den Berg, net buiten Franeker, naast Groot Lankum. Een van de zonen van Van den Berg, Rinze, kan zich de groep nog goed herinneren: "Ja, absoluut. We liepen er altijd langs op weg naar school. Vier keer per dag. Sommigen van hen werkten bij ons. We zagen het als een beetje aparte groep. Als jonge jongen gaf je er geen aandacht aan."

Oud-stadsarchivaris Gerard van der Heide kent dat beeld ook: "Het was ook wat een aparte groep. Ze werden in het Franeker van toen, een conservatieve gemeenschap, echt gezien als een beetje exotisch. Hun levensstijl stond de Franekers niet echt aan. Er was dan ook veel commentaar op. Ik had wat een andere band. Mijn moeder was bevriend met Carolina, de vrouw van Bramson. Zodoende kwam ze er wel eens en deed ze daar ook wel werk."

Franeker was voor de oorlog een broeinest van NSB'ers, zegt Van der Heide. "Er waren hier 331. Er waren ook nog mensen van de WA. Niet echt een fijne plek om te zijn. Maar ze zaten een beetje aan de buitenkant. Daar hadden ze de mogelijkheid om toch een beetje een eigen leven te leiden."

Foto: Omrop Fryslan

Het boerenleven in Fryslân is hard. Dat is voor de meesten een goede leersschool voor hun nieuwe toekomst in Palestina. Daar zal het niet makkelijker worden. Morris Schnitzer is één van de jongeren op de landbouwschool. Hij kon bij de inval in de kibboets in 1941 ontkomen en overleefde de oorlog. Schnitzer treft het niet bij de eerste boer waar hij gaat werken. In zijn memoires heeft hij het over zwaar, fysiek werk. Er wordt ook nauwelijks tegen hem gesproken. Doen ze dat wel, dan zeggen ze 'Jod' of 'Joad'. "Ze hadden geen respect voor mij", schrijft Schnitzer. "Ze waren niet gewend aan vreemdelingen, hadden ook een hekel aan Hollanders. En wij waren Joden, uit de stad." Schnitzer mocht niet in het woonhuis komen, maar alleen in de stal.

"Ik was een boerenvent, niet meer dan dat. Ik kreeg nooit iets van de boeren zelf, zelf geen vriendelijk woord. Het was een hard, maar wel een vreedzaam leven."

'Losgeslagen bende'

Het exotisch waar Van der Heide en Van den Berg het over hebben is goed terug te zien op de filmbeelden, zegt Syds Wiersma. "Hoe ze met het paard omgaan, bijvoorbeeld. Daar werden ook vrouwen op geduwd, om ze te leren rijden op een paard zonder zadel. Ik denk dat Franekers gedacht hebben: 'wat een losgeslagen bende'. Het was een levendige gemeenschap."

Uit het onderzoek blijkt dat de helft van de bewoners in de loop van de tijd is vertrokken naar Palestina. Door alle oorlogsdreiging is emigratie vanaf 1939 bijna niet meer mogelijk (zie kader). De bewoners van de kibboets kunnen geen kant op. Op 21 november 1941 doen de Duitsers een inval. Er wonen op dat moment nog 16 studenten. Tien worden opgepakt en afgevoerd naar gevangenis De Blokhuispoort in Leeuwarden. Vier zijn op dat moment niet aanwezig. Twee mannen lukt het om op miraculeuze wijze te ontsnappen.

Uit recent onderzoek van Syds Wiersma en Kelly Bauer blijkt nu dat het een groep van 14 (oud) bewoners van de Franeker kibboets toch geslaagd is in 1939 Palestina te bereiken. Zij zaten op het schip de Dora dat op 16 juli 1939 met 300 Joodse vluchtelingen vertrok uit Amsterdam. Bij een tussenstop in Vlissingen en Antwerpen worden nog eens 200 vluchtelingen opgehaald. Het was het enige illegale schip dat met Joodse vluchtelingen Noord-Europa verliet. Ondanks het Britse embargo bereikt het schip op 12 augustus Palestina. Zo worden honderden Joden gered.

De ontsnapping

Morris Schnitzer en Bram Pach zijn de twee mannen die het lukt te ontsnappen. Schnitzer ontsnapt op andere wijze. Hij lag op bed toen de Duitsers kwamen. Rinze van den Berg weet het nog goed. "Hij was met paard en wagen in de sloot beland. Mijn vader zij toen: snel naar huis, warm worden." Syds Wiersma vult aan: "Toen de Duitsers kwamen, kwam hij van bed. Ze werden buiten op het perron gezet en Schnitzer vroeg aan een soldaat of hij, omdat hij het zo koud had, nog een deken mocht pakken. Dat was geen probleem. Voor Schnitzere was dit de kans die hij nodig had. Hij ontsnapte via een sloot en heeft zich verschuild in een hondenhok verdrop."

Schnitzer onderschept Pach die op de fiets bij zijn boer vandaan komt en samen duiken ze een tijd onder in Amsterdam. Met Menachem Levy, een andere bewoner van de kibboets die op het moment van de overval afwezig was, probeert dan Schnitzer in Zwitserland te komen. Dat mislukt omdat ze opgepakt worden en teruggestuurd worden door de Zwitserse politie. Levy wordt opgepakt door de Duitsers en gedeporteerd naar Auschwitz.

Later probeer Schnitzer om Vichy-Frankrijk binnen te komen. Daar wordt hij opgepakt door de Duitsers. Na een tocht langs gevangenissen in Frankrijk en België wordt hij vrijgelaten. De valse identiteit van Schnitzer was overtuigend. Mede door zijn in Fryslân geleerde melkerskunsten slaagde het hem om de oorlog door te komen.

Het lukt Pach wel bevrijd gebied te bereiken. Via Parijs, Toulouse en een tocht over de Pyreneeën lukt het hem Spanje te bereiken. Daar vandaan gaat hij naar Engeland. Een andere kibboetsbewoner, Arthur Rath, lukt het wel om Zwitserland te bereiken. Anders dan Schnitzer en Pach wordt hij wel toegelaten.

De filmbeelden zijn onderdeel van de tentoonstelling 'Oog in oog met oorlog' in het Fries Museum. Die zou eerst 17 april geopend worden, maar moest door de coronacrisis uitgesteld worden. Een belangrijk onderdeel van de tentoonstelling is het verhaal van de kibboets. Medewerkers van het Fries Film Archief en het Historisch Centrum Franeker hebben grondig onderzoek gedaan naar de beelden. Met hulp van online research zijn veel van de mensen op de film geïdentificeerd.

Na meer dan 80 jaar zijn de beelden nu terug in Fryslân. De tentoonstelling is tot begin september te zien in het Fries Museum. Het museum kan alleen bezocht worden met een online reservering.

(advertinsje)
(advertinsje)