16 april: de slag om de kop van de Afsluitdijk en de Waddeneilanden moeten lang wachten

16 apr 2020 - 08:22

Dit jaar is het 75 jaar geleden dat Nederland werd bevrijd van de Duitsers. De bevrijding van Fryslân begon op 12 april. In een serie van vijf artikelen staan we daar bij stil. Deel vijf: de slag om de kop van de Afsluitdijk en het lange wachten op de Waddeneilanden.

Een in 1945 gearresteerde 'moffenmeid' in Harlingen - Foto: Griet de Jong (Tresoar, Fries Fotoarchief)

"Hè, gelukkig; het was dus toch geen droom. Zo is het inderdaad; pas vandaag beginnen we eigenlijk te beseffen, dat we van een nachtmerrie van vijf jaar (!) bevrijd zijn. Het is nog ongelooflijk, dat je maar weer lopen waar je wilt (ik heb waarlijk ruimtevrees als ik buiten kom), dat je kunt zeggen wat je wilt." Keimpe Sikkema kan zijn geluk niet op als hij 16 april in zijn oorlogsdagboek schrijft, de dag na de bevrijding van Leeuwarden.

Hoewel de Canadezen op 15 april een hele grote slag hebben geslagen in de provincie, zijn er nog altijd plekken onder heerschappij van de Duitsers. En om sommige plekken wordt ook nu, op het nippertje voor de capitulatie, nog een heftige strijd geleverd. Het is een hele opgave om het laatste stuk Fryslân voor de Afsluitdijk in handen te krijgen.

Diepe wonden in Harlingen: 'één vlammenzee'

Zo loopt Harlingen diepe wonden op omdat de ongeveer 500 Duitsers die daar zijn achtergebleven nog even vrij spel hebben. De Canadezen zijn de dag ervoor eigenlijk niet verder gekomen dan Franeker en daar maken de overgebleven bezetters goed misbruik van.

Bruggen worden vernietigd en meer dan 15 boten worden tot zinken gebracht. 's Ochtends bereiken de Canadezen Mullum, net buiten Harlingen. En uit Herbaijum vandaan beginnen ze aan het begin van de avond met een drastische methode: Harlingen bestoken met artillerievuur tot de Duitsers murw zijn en dan pas binnentrekken. "Het was één vlammenzee", verklaart de Harlinger brandweerman later.

Later op de avond trekken de Canadezen dan eindelijk de havenstad in en rond middernacht is de stad in handen van de bevrijders. Ze treffen er talloze dronken Duitsers aan en de volgende ochtend zijn er nog steeds Duitsers die weerstand bieden.

Als ratten in de val bij Lemmer

Bij Lemmer trekken op de 16e april 2.000 Duitsers als ratten in de val richting de Zuiderzee. Ze willen ontsnappen naar Noord-Holland, maar de Canadezen steken hier een stokje voor met tanks en zwaar geschut.

Ondertussen wordt de weg van Joure naar Lemmer bij Scharsterbrug vol verdedigd door de Duitse soldaten, maar als ze negen soldaten hebben verloren, geven ze de Scharsterbrug op. In de loop van de dag is het de meeste Duitsers uit de regio toch gelukt om bij hun kameraden in 'Holland' te komen.

Voor Lemmer zelf is dat goed nieuws: hierdoor hoeft de plaats niet net als Harlingen kapot te worden gebombardeerd. Maar er komt wel geweld bij kijken, 23 uur wordt het Duitse munitiedepot geraakt. 's Nachts om 5 uur lijkt het dan wat rustiger te worden en kunnen ze de Canadezen ontvangen. De bevrijding kost uiteindelijk Lemsters het leven.

Bolswarders op een Canadese wagen met de bevrijding - Foto: Jacob Stienstra (Tresoar, Fries Fotoarchief)

Chocolade, sigaretten en een babbeltje in Bolsward

In Bolsward gaat het er gemoedelijker aan toe. De Duitsers zijn daar al vertrokken en het wachten is nog op de Canadezen uit Sneek. De 16-jarige To Hofstra van Sneek schrijft 's ochtends 16 april in haar dagboek: "Vanmorgen vroeg is het rossen en rijden begonnen. Ellenlange files komen vanaf de kade en gaan richting Bolsward. Het gejuich is niet van de lucht."

Op naar Koudum

Na Bolsward is het op naar Koudum. Daar zijn de Binnenlandse Strijdkrachten die dag druk bezig NSB'ers op te pakken. Die worden afgevoerd naar politiecellen.

De volgende ochtend komen de Canadezen het dorp binnenrijden en een 'hongertrekker' uit Wageningen die in Koudum verblijft, omschrijft dat als een ontspannende gebeurtenis. "Ze zetten hun voertuigen neer om een weilandje bij het centrum en gedroegen zich tamelijk ontspannen. Ze deelden chocola en sigaretten uit en babbelden met de dorpsbewoners."

Pingjum is kapot dor bombardementen - Foto: Tresoar

Een moeilijke laatste strijd voor de Afsluitdijk

Maar dan komt het erop aan: de laatste halve cirkel voor de Afsluitdijk, Pingjum, Wons en Makkum moeten worden veroverd. Een grote groep Duitsers is achtergebleven in Pingjum. Het zijn scherpschutters en mitrailleursnesten, met het doel om de Canadezen zoveel mogelijk te vertragen.

De Canadezen kunnen niets anders dan grove maatregelen nemen, net als bij Harlingen: bombarderen met artillerie en mortieren. Dat begint op maandagavond 16 april om 19.30 uur en duurt tot laat in de middag van 17 april.

In het dorp heerst na het inferno de chaos.

Wybren Bruinsma

Pingjum ligt er beschadigd bij en om 15.30 uur wordt er met een witte lap gezwaaid. Maar als we deze dagen één ding hebben geleerd, is dat de Duitsers zich bij lange na niet aan de oorlogsmores houden. Twee Canadezen lopen op de Duitsers af en worden neergeschoten. Gewond vallen ze neer. Onuitstaanbaar natuurlijk, deze acties, en de bataljonscommandant geeft het sein om de definitieve aanval in te zetten om 17.00 uur.

Met vuurdekking komen de eerste Canadezen 21.30 het dorp binnen, nemen de bezetters gevangen en zonderen de SS'ers van de rest af. Zes burgers vinden de dood in deze strijd.

Pingjum is vrij, maar tegen een hoge prijs: het drop ligt er vreemd bij. Zo'n 800 granaten moeten neergekomen zijn in het dorp. Inwoner Wybren Bruinsma omschrijft wat hij ziet: "In het dorp heerst na het inferno de chaos: dode paarden, koeien, geiten, gesneuvelde soldaten ( ) koppelriemen met de aanmatigende tekst "Gott mit uns" op de gesp; (...) een nog brandend dorp stinkend naar buskruit, waarin loeiende niet gemolken koeien her en der lopen en loslopende paarden met de oren plat op de kop door de straten galopperen."

(advertinsje)
(advertinsje)