Wetterskip zet vliegtuig in: CO2-uitstoot in kaart gebracht

08 nov 2019 - 19:22

Wetterskip Fryslân heeft vrijdagmiddag met een vliegtuig over het veenweidegebied tussen Sneek, Wolvega en Drachten gevlogen. Doel was om de uitstoot van koolstofdioxide van het gebied in kaart te brengen.

Het gaat om een nieuwe meetmethode. Op de grond is het Wetterskip met verschillende apparaten al een paar jaar bezig met de metingen. Door de verscheidenheid aan metingen ontstaat een zo betrouwbaar mogelijk beeld van de CO2-uitstoot in het veenweidegebied. Ook de Universiteit Wageningen is bij het onderzoek betrokken.

49 procent minder CO2-uitstoot

De meetgegevens moeten laten zien hoe de uitstoot van CO2 uit het veenweidegebied het beste kan worden verminderd. In het Nationale Klimaatakkoord is vastgelegd dat er over tien jaar 49 procent minder CO2 mag vrijkomen. Maatregelen in het veenweidegebied moeten daar bij helpen.

Foto: Arjen Bosselaar, Omrop Fryslân

Projectleider Niek Bos legt uit: "Wij brengen de uitstoot hier met vier methodes in kaart. Die worden allemaal op elkaar afgestemd. Dat zijn methodes die over de hele wereld worden gebruikt. En dat doen wij op vijf plekken in Nederland, om een zo goed mogelijk beeld te krijgen hoe het nu zit met die koolstofdioxide-uitstoot."

'Modellen zijn moeilijk te begrijpen'

In de landelijke stikstofdiscussie is er veel kritiek op de meetmethodes van het RIVM. Die zouden te algemeen zijn en niet kloppen. Mede door de meerdere meetmethodes denkt het Wetterskip die kritiek te kunnen voorkomen, maar het blijft altijd lastig, zo denkt ook onderzoeker Bart Kruijt van de Universiteit Wageningen.

"Je hebt te maken met modellen. Zowel voor stikstof- als voor CO2-uitstoot. Die modellen zijn noodzakelijkerwijs algemeen, want je kunt niet overal heen om metingen te doen. De modellen die het RIVM gebruikt zijn behoorlijk gedetailleerd, maar het probleem is het bepalen waar de stikstof die in een natuurgebied neerkomt vandaan komt. Bij CO2 kijken we alleen waar het vandaan komt, dat is eenvoudiger."

Onderzoeker Bart Kruijt van de Universiteit Wageningen

Kruijt begrijpt dat mensen niet altijd vertrouwen in de modellen hebben: "Modellen zijn moeilijk te begrijpen. Het vertrouwen zit hem er vooral in dat het een gemiddelde geeft, terwijl jij als individuele landgebruiker misschien denkt dat het voor jou niet opgaat. En het kan ook heel goed zijn dat het voor een specifiek natuurgebied anders is dan voor het landelijk gemiddelde. Ze zeggen wel eens, meten is weten, maar dan moet je wel goed meten en wat je meet. Discussie zal altijd mogelijk zijn, maar om te zeggen dat een model niet betrouwbaar is, dat gaat mij te ver."

Onderzoek gaat nog wel even door

Het plan is om volgend jaar elke twee maanden onderzoek te doen. Zo moet onder andere duidelijk worden hoeveel verschil er zit in CO2-concentratie, in vergelijking met klei en zand. Ook andere provincies kunnen dan vergeleken worden, aangezien de Universiteit Wageningen bij alle testlocaties betrokken is.

(advertinsje)
(advertinsje)