Aantal wulpen loopt hard terug en onderzoekers willen weten waarom

26 apr 2019 - 19:18

Het aantal broedende wulpen is in Fryslân sinds de jaren 90 met zo'n 60 procent teruggelopen. En eigenlijk weten we nog veel te weinig van onze grootste steltloper. Mede om daar iets aan te doen wordt er dit jaar extra ingezet op onderzoek naar de soort en worden vrijwillige vogeltellers gevraagd om extra aandacht te geven aan het de wulp, zegt Romke Kleefstra van Sovon Vogelonderzoek.

De soort is door de Vogelbescherming en Sovon uitgeroepen tot vogel van het jaar. De meeste mensen kennen de vogel met de grote, naar beneden staande snavel vooral van de winter. Er overwinteren er relatief veel bij onze kust. Dat zijn vogels uit het noorden en oosten van Europa.

Het aantal wulpen dat hier broedt is echter veel kleiner, mede omdat zij op een relatief grote verscheidenheid aan terreintypes uit de voeten kunnen, is het niet altijd makkelijk om aan te wijzen waarom het slecht gaat met de soort.

Vogels trekken weg

Op sommige Waddeneilanden broeden ze in de duinen, met name op Schiermonnikoog. Maar doordat duinen na verloop van tijd ruiger worden door een overschot aan stikstof van industrie, landbouw en verschillende andere oorzaken, trekken de vogels weer weg. Ze houden vooral van een open landschap.

Er word ook nog altijd gebroed in het boerenland, maar omdat ze er heel lang over doen om van eieren naar kuikens en om die kuikens groot te brengen, zijn ze erg kwetsbaar als het land bewerkt wordt.

Twee wulpen - Foto: Omrop Fryslân, Remco de Vries

In natuurgebieden liften ze mee op maatregelen die genomen worden voor weidevogels, maar het beheer is meestal niet speciaal afgestemd op de soort, zegt ook boswachter Durk Venema van Staatsbosbeheer. Ook daarvoor is meer kennis nodig. Met name over wat kuikens nodig hebben om te overleven is weinig bekend, zeggen zowel Kleefstra als Venema.

In het Snekermeergebied lijkt het tot nu toe goed te gaan. Bij een korte vaartocht met Staatsbosbeheer zijn er deze wek al veel vogels gezien. Er werd gerekend op 22 broedparen, maar mogelijk zijn er er wel meer, denkt boswachter Venema.

(advertinsje)
(advertinsje)