"Frisismen worden steeds bewuster gebruikt als grapje"

16 mrt 2019 - 10:19

'Lieve 17', 'ik was betijd van bed' of 'waar kom je weg' zijn een paar frisismen die wel eens worden gezegd of die je vaak hoort. Misschien als grapje of wanneer een 'stânfries' dapper Nederlands probeert te praten. Friese uitdrukkingen of zegswijzen worden bewust of onbewust 'vernederlandst' en dat levert vaak hilarische teksten op, die op sociale media heel populair zijn.

Anna Veeninga - Foto: Eigen foto

Dat viel ook Anna Veeninga van het Dockinga College in Dokkum op en daarom besloot ze haar hele profielwerkstuk over frisismen te schrijven. "Onder andere door Praat mar Frysk, ik zag altijd van die leuke frisismen op Facebook staan, en ook door de taalverandering om me heen", zegt Anna. "Ik zag veel mensen die wat 'stuntelen' met het Fries en het Nederlands en dat vond ik wel heel interessant om te onderzoeken."

Anna Veeninga schreef een profielwerkstuk over frisismen

Door het onderzoek kwam Anna erachter dat frisismen bijna niet meer worden gebruikt in de spreektaal. Volgens haar zijn er nog wel 'djipfriezen' die wat onhandig zijn met het Nederlands, maar worden frisismen nu vaak bewust gebruikt op sociale media, in liedjes of boeken.

"Tegenwoordig wordt het vaak als humor gebruikt, als grapje, maar vroeger was het echt een onbewust taalveranderingsstukje. Doordat het Nederlands veel invloed heeft op het Fries, komt dat nu eigenlijk niet meer voor."

Foto: Instagram, @frisismen

Frisismen zijn in verschillende publicaties verschenen, zoals het boekje 'Mijn vrouw is uitgenaaid!'. Bekend is ook de rubriek Bokwerder Belang van schrijver en journalist Rink van der Velde, die in de Leeuwarder Courant stonden in de jaren 70 en 80.

Ook op sociale media zijn frisismen steeds populairder. Op Facebook en Twitter zijn verschillende pagina's te vinden en Anna is zelf ook een account begonnen, op Instagram. Daarop plaatst ze elke week een nieuwe foto met een grappige tekst over iets actueels.

Een kort lijstje met frisismen:

Daar kan ik niet over (Daar kan ik niet tegen)

Ik heb te lange boksen (Ik heb te lange pijpen)

Valt hier nog wat te redden (Valt hier nog iets te beleven)

Waar heb je dat weg (Waar heb je dat vandaan)

Ik heb het zuiver koud (Ik heb het zowaar koud)

Ik zal de auto even zwaaien (Ik zal de auto even omkeren)

Hij vindt dat niet zo slim (Hij vindt dat niet zo erg)

Zij is geprikt door een neef (Zij is gestoken door een mug)

(advertinsje)
(advertinsje)