Oorlogsverhalen: onderduiken geeft band voor het leven

03 maaie 2018 - 15:06
  • Oarlochsferhalen: ûnderdûke jout bân foar it libben

Verhalen van mensen die de Tweede Wereldoorlog meemaakten, zijn er steeds minder. Toch zijn ze er nog. Vaak zijn het nu jeugdherinneringen van mensen die als kind of jongere de oorlog meemaakten. Ze zijn nu in de tachtig of negentig jaar en hebben verhalen van meer dan zeventig jaar geleden. Als ze erover praten, is het echter alsof het gisteren was.

De band tussen onderduikers en de mensen die hen een schuilplaats bezorgden, is vaak sterk. Maar de vriendschap tussen Noor de Haas in Israël en Siets Postma van Ferwert is wel uitzonderlijk. Sinds de oorlog, toen Noor bij Siets en haar vader en broer Rense zat ondergedoken, bellen ze elke week met elkaar. Ze zijn nu op leeftijd, maar vaak zochten ze elkaar op, in Israël en in Fryslân. Siets Postma uit Ferwert is nu 102 jaar oud en woont nog steeds zelfstandig in hetzelfde huis, het huis waar Noor bij haar onderdook. Noor was 21 en Siets 27. Heit Postma had een wagenmakerij en Siets was schooljuffrouw in Burdaard.

Noor werd door het verzet met de trein van Amsterdam naar Leeuwarden gebracht. Toen ze daar aankwam, had ze geen idee waar ze was. Het eerste wat ze zag, was het Oranjehotel. Daar was een bordje: Voor Joden en honden verboden. Ze kregen iets te eten en daarna gingen ze naar Ferwert. Door de plaatselijke dokter Smid kwam Noor bij Siets en haar familie in huis. "Ik vroeg: Waarom hebben jullie mij uitgekozen?" Ze had net een razzia achter de rug. Siets zei: "Jij bent van het beloofde volk." Toen Noor zei dat ze geen geld had, reageerde Siets zo: "Daar doe ik het niet voor." In die tijd waren er veel Joden die erg veel geld over hadden voor een onderduikadres. "Ik kan deze mensen niet vergeten door de dingen die ze hebben gezegd."

Razzia in Ferwert

Er waren meer onderduikers in Ferwert. Op een zeker moment was het hele dorp omsingeld door tweehonderd Duitse soldaten. Een van de soldaten kwam bij Siets en haar familie in huis. Noor lag al op bed. "De Duitser ging naar de bedstee, trok de deur open en zei 'Auf'. "Ze kwam omhoog en zei: "Ich bin krank. Ich habe Schmerzen. Ich bin so krank." Nu waren de Duitsers doodsbang voor besmettelijke ziektes. Hij gooide de deken er weer op. ''Toen heb ik een dankgebedje opgezegd", zegt Siets.

Yad Vashem

In 1971 kregen Siets, haar vader en haar broer in Israël de Yad Vashem-onderscheiding. Samen met Noor plantte ze een boompje dat bij de onderscheiding hoort, in de Laan van de Rechtvaardigen. Noor heeft twintig familieleden verloren door de oorlog.

Bang

Noor heeft aan de oorlog een levenslange angst overgehouden. "Die vreselijke haat kan ik niet begrijpen. Ik ben niet bang voor mijzelf, maar voor mijn kinderen en kleinkinderen. Ik zeg altijd: Jullie kunnen gaan waar jullie willen, maar zorg er wel voor dat jullie niet afhankelijk worden van anderen."

(advertinsje)