Jan Bruining: Wie wil mijn trekkers hebben

28 okt 2017 - 14:10

Al meer dan een jaar heeft hij geen trekker meer gereden. In zijn werkplaats staat een ontmantelde trekker al tijden te wachten "Het lukt niet meer". Jan Bruining uit Ingelum heeft een indrukwekkende verzameling trekkers in zijn loodsen, maar hij is op zoek naar een andere plek voor de trekkers. Bruining is ziek. Hij wil voor zijn dood weten waar zijn trekkers terecht zullen komen.

De verzameling van zo'n 35 à 40 trekkers, verschillende boerenkarren en wat oude vrachtwagens, heeft een grote emotionele waarde: "Deze oude Cormick is nog van mijn vader geweest. Hij kocht hem in 1949.  Tot het einde van het bedrijf heeft hij hier dienst gedaan."

Zo staan er meer spullen van het loonbedrijf dat Bruining samen met zijn vader had. "Ik heb hier trekkers waar ik niks mee heb, maar die ik gekocht heb om de serie compleet te maken." Loonbedrijf Bruining is in 1991 verkocht. In de drie grote loodsen op het erf groeide de verzameling door.

Bruining is ziek. Hij heeft last van zijn longen. "Ik had mij de ouderdom heel anders voorgesteld. Als ik hier zit, lijkt het heel wat. Maar als ik een stukje moet lopen, is het niks gedaan." Kinderen hebben hij en zijn vrouw niet. Bruining wil zijn trekkers niet verkopen. De verzameling moet zoveel mogelijk bij elkaar blijven. Hij wil niet dat ze in handen van handelaars komen. Zijn eerste idee was om het dorp Ingelum een trekkermuseum na te laten. Maar dat plan liep op niks uit.

Een paar jaar geleden zijn mensen van het Fries Landbouwmuseum in Earnewâld bij hem langs geweest. Die hadden toen volgens Bruining wel oren naar een deel van de verzameling. "Niet alles, maar bijvoorbeeld onze trekkers uit het loonbedrijf, daar was ik al heel wijs me." Maar een paar weken geleden bleek dat het museum geen plek heeft voor zijn trekkers. Het landbouwmuseum zal in de winter verhuizen en is bezig met het samenstellen van een nieuwe collectie. Meer ruimte voor groot materiaal is er, in vergelijking met de oude situatie in Earnewâld, helaas niet bijgekomen. Misschien hebben ze plek voor één á twee trekkers van Bruining, maar daar wil hij niet aan.

Het doet Bruining pijn. Niet alleen vanwege zijn persoonlijke verhaal, maar ook omdat hij vindt dat het agrarische materiaal bewaard moet blijven voor de toekomst. "Je moet deze spullen kunnen aanraken, er omheen kunnen lopen en er op kunnen zitten. Voor een digitale foto hoef je niet naar een museum. Dat kun je thuis ook wel bekijken." Op de nieuwe museumlocatie is wel ruimte , maar geen geld om een loods te bouwen. Bruining had zijn geld willen nalaten aan het museum, omdat hij en zijn vrouw geen kinderen hebben. Hij hoopt dat er toch noch geld beschikbaar zal komen, zodat het museum een loods kan bouwen om groot materieel te etaleren.

Teleurgesteld kijkt Bruining in zijn loods naar z'n trekkers: verschillende met lekke banden en allemaal onder een grote laag stof. Aan vele moet ook noch flink gesleuteld worden, willen ze kunnen rijden. Maar daar heeft Bruining wel een oplossing voor: "Je zou er een werkproject van kunnen maken voor werklozen of moeilijke jongeren of zoiets. Ze mogen de spullen van mijn werkplaats zo overnemen."

Jan Bruining is één van de initiatiefnemers van de trekker-11stedentocht. Twintig jaar geleden zat hij in de organisatie. "Ik heb het wel in m'n hoofd om volgende jaar nog één keer mee te rijden. Dan in een trekker met cabine, mar dat hangt helemaal af van hoe ik me voel."

Henk Dijktra, directeur van het Fries Landbouwmuseum, begrijpt de teleurstelling van Jan Bruining. Ze zijn nog bezig met het samenstellen van de collectie van het nieuwe museum.

Luister naar het volledige gesprek met Jan Bruining in Buro de Vries.

Trefwoorden: 
landbouwmuseum Jan Bruining
Deel dit bericht op:
(advertinsje)