Oeds Westerhof: ''De afstand is te groot''

04 aug 2017 - 20:26

Elk dorp en elke stadswijk een eigen burgemeester. Zodat de overheid dichtbij weer een gezicht krijgt, en de mensen elkaar weer beter weten te vinden. Het idee van Oeds Westerhof, directeur legacy bij de Stichting Leeuwarden-Friesland 2018. Hij gelooft dat Fryslân voor zichzelf kan zorgen. 'Wij moeten onszelf helpen, wij hoeven niet geholpen te worden. Als wij de goede dingen doen, dan stroomt het naar ons toe. Zelf uitvinden hoe we willen leven. Als  wij dan gezien worden als exoten, nou, laat ons dat dan ook maar cultiveren.

Door Karen Bies / Finster op Fryslân

Wat was jouw rol bij het eerste bidbook?

''Het plan met het thema 'mienskip' was artistiek en inhoudelijk al klaar. Maar wij hadden nog maar een maand voordat het moest worden ingestuurd, en de culturele infrastructuur zat er nog niet in. Het nieuwe museum, de Harmonie, Tresoar, het productiehuis van Tryater, het nieuwe poppodium in de steigers, de Academie voor popcultuur en andere opleidingen - ze werden niet genoemd. Het plan was gemaakt door creatieve mensen, buiten de instituten om. Maar in een bidbook moet je beschrijven wat er is in zo'n stad, en wat de instituten doen. Want als je hier succesvol in wilt zijn, heb je gewoon iedereen nodig.''

In 2012 ben je directeur geworden. Wat gaf de doorslag voor het winnen van de titel?

''In de tweede ronde is het thema toen 'iepen mienskip' geworden, de buitenwereld opzoeken, de open blik naar Europa. Voor het winnen van de titel was het cruciaal dat wij die omslag hadden gemaakt. Leeuwarden was in de race met nog twee steden, Eindhoven en Maastricht, beide in het zuiden van het land. Toen had Leeuwarden de culturele organisaties in de grote steden van boven de rivieren erbij betrokken. Om te laten zien dat wij landelijk draagvlak hadden. Verder was mijn netwerk heel handig. Ik kende enkele juryleden. Niet dat ik ze persoonlijk heb benaderd, wij zijn niet begonnen aan een lobbycircuit. Wij doen dit van onderop en met elkaar, dan moet je het spel niet achterom spelen.''

Maar wat zijn jouw eigen idealen voor Fryslân?

''Duurzaamheid, aandacht voor natuur en landschap. Betere sociale structuren, geen kinderen meer in armoede, goed onderwijs, kansen voor jonge mensen. Cultuur is er voor iedereen. Ik kan me vinden in het organiseren van onderop. Om met elkaar de schouders eronder te zetten. Ik voel me thuis in het gemeenschappelijke, dat zie je ook terug in mijn werk.''

Je bent nu directeur 'legacy', dus van wat er overblijft na 2018. Wat is dan het Culturele Hoofdstad-effect, volgens jou?

''Dat woord 'legacy', daar houd ik eigenlijk niet zo van. Ik spreek liever over 'opbrengst'. Bijvoorbeeld in het groene thema: de biodiversiteit loopt terug, Theunis Piersma en Sytze Pruiksma zetten dat op de agenda. Ze brengen mensen inzichten, en die mensen komen dan in beweging. 

Kijk maar naar de discussie over landschapspijn. De staatssecretaris van landbouw pleit voor natuurinclusieve landbouw. De provincie investeert daarin. Met kunst alleen verandert de wereld nog niet, maar wat je wel kunt doen, is mensen de ogen openen.''

Sense of Place maakt kunstwerken aan de Waddenzeekust. Hoe helpt dat de bewoners van het krimpgebied daar?

''Joop Mulder laat mensen in Noordoost-Fryslân met andere ogen naar de eigen omgeving kijken, te bouwen aan nieuwe perspectieven. De regio wordt daar attractiever van. Het project zelf geeft niet meteen veel werkgelegenheid, maar het effect, meer cultuurtoerisme, geeft dat wel. Het denkproces, van 'we moeten hier met elkaar wat aan doen, verdorie,' komt op gang. Het is mijn verantwoordelijkheid om dat verhaal dominant te maken. Ik wil zorgen dat iedereen mee kan doen aan Culturele Hoofdstad, om initiatieven en bedrijven met elkaar te verbinden. Om ook mensen uit de bijstand als vrijwilliger mee te laten doen aan het programma van 2018.'' 

En kunnen die mensen ook gratis naar de voorstellingen toe?

''Veel is vrij toegankelijk. Voor kinderen is er de samenwerking met fondsen voor sport en cultuur. Gemeenten hebben daar ook mogelijkheden voor.''

Culturele Hoofdstad moet de provincie economisch vooruit helpen. Dat is de bedoeling. Hoe zie jij dat?

‘Een combinatie van natuurinclusieve landbouw, cultuurtoerisme, en circulair en duurzaam produceren. Dat zijn de drie economische pijlers. Meer natuur zorgt voor meer diversiteit. De weidegebieden zijn heel homogeen. Ik ben niet zo sentimenteel, van terug naar vroeger, maar een divers landschap is aantrekkelijker. Circulair en duurzaam produceren past heel goed bij Fryslân. We moeten het geld niet in grote energiebedrijven steken, maar in de eigen economie. Bijvoorbeeld in het isoleren van huizen. Dat levert werkgelegenheid voor bouwvakkers. Op festivals als Welcome to the Village wordt die circulaire economie uitgeprobeerd, maar het werken aan een duurzame toekomst moet ook na 2018 doorgaan. Met kunst kun je mensen bijelkaar brengen, en een veranderingsproces in gang zeten. Als je een regio sterker wilt maken, heb je individuen, bedrijven en overheden nodig. Cultuur speelt een kleine maar belangrijke rol. Dat zijn de voorlopers.'' 

Is dat dan die elite waarvan gewone mensen het gevoel hebben: daar hoor ik niet bij?

''Dat denk ik niet. De helft van de bevolking doet aan amateurkunst. Theater, schrijven, schilderen, sport. Die kan niet zonder de infrastructuur van organisaties en scholen.'' 

Dat is kunst van ons. Maar de Giant Steps en de 11 fonteinen, dat wordt niet gezien als 'van ons'.

''O, maar als die reuzen zijn geweest, dan spreek ik je wel weer. In Liverpool keken er honderdduizenden mensen naar, en die dragen dat hun hele leven als een uituitwisbare ervaring met zich mee. Zoiets kost geld. En wat de fonteinen betreft: niet iedereen is ertegen, er wordt door veel mensen met enthousiasme aan gewerkt. Soms moet je een of twee drempels over. Ik overtuig niet iedereen, maar ik ga altijd het gesprek aan. In Dokkum was een winkelier tegen de fontein, want die heeft de parkeerplaats nodig. Maar de horecaman zegt: 'geef mij alsjeblieft een reden dat mensen naar Dokkum toe komen. Dan vinden ze wel een plekje voor de auto.' Het is dus maar net vanuit welk pespectief je het bekijkt.''

Toch blijft een deel van de mensen altijd sceptisch. Of ontevreden. 

''Daar laat ik me niet door leiden. We vinden hier in Fryslân dat we heel speciaal zijn, en we hebben nu de kans om dat aan de wereld te laten zien. De taal, het water, historische figuren als Mata Hari, Escher, Menno Simons. De natuur, de dorpsgezichten, de kerken. Voor het project 'Under de toer' bijvoorbeeld waren 32 plekken beschikbaar, maar er waren wel 80 aanmeldingen. Er zijn echt duizenden mensen bezig met Culturele Hoofdstad. In 2018 wordt het een geheel. Samen zetten we iets neer waar we nog jarenlang van zeggen: 'het is goed geweest dat we het hebben gedaan.' Daar doe ik mijn stinkende best voor.''

Maar je ideaal voor de toekomst van Fryslân, hoe bereik je dat? Jongeren willen nog steeds weg.

''Het is de mode om naar de grote steden te trekken. Amsterdam, Berlijn, Bejing. Een poosje weg is niet zo erg, maar veel jongeren willen ook weer terug. Dat is de tegentrend. Het is hier echt veel prettiger wonen. De salarissen in de Randstad liggen hoger, maar je kunt er slechts een konijnenhok voor kopen.''

Jannewietske de Vries ziet Friesland als een toekomstige kleine metropool in Europa. Maar wat als we toch altijd de periferie blijven, de motor van de Randstad, niet meer dan een leverancier van mensen en energie?

''Dat is aan ons zelf. Op de ranglijst van geluk in Nederland staat Fryslân bovenaan, op de ranglijst van burn-outs onderaan. Wat is het uitgangspunt van het leven? Als we niet zeggen dat het hier de moeite waard is, dan zal een ander dat nooit geloven. We zijn op het verkeerde pad als we denken dat de oplossing uit Den Haag moet komen. We moeten onszelf helpen. Wij hoeven niet geholpen te worden. Als wij de goeie dingen doen, dan stroomt het naar ons toe. Zelf uitvinden hoe we willen leven. Als we dan als exoten gezien worden, nou, laten we dat dan maar cultiveren.''

Wat is jouw eigen rol na 2018?

''Mocht er in 2019 een nieuwe legacyorganisatie komen, dan wordt ik daar geen directeur van. Ik zou me ergens anders voor willen inzetten. Ik ben opgegroeid in Nijega. De Friese Wouden, die mooie kant van de provincie kan wel wat meer licht gebruiken. De natuur van de noordelijke Friese wouden, de aansluiting op buitenplaatsen zoals Oranjewoud, de Stellingwerven, de arbeidersgeschiedenis en de relatie met de koloniën in Drenthe. Dat verhaal zou beter moeten worden neergezet, en vollediger verteld.''

Wat valt er nog te leren van Culturele Hoofdstad?

''Dat de verbinding tussen bestuur en bevolking beter moet. Bestuurlijk is het heel ingewikkeld geregeld in Nederland. Als ik zie wat we moeten doen om dit project georganiseerd te krijgen, dan verneem je dat. Voor tal van zaken moet je bij alle gemeenten langs, voor het UWV moet je naar Amsterdam. Der zorginstellingen zijn versnipperd over de provincie. Voor de politie moet je naar Groningen. Ik moet het hele land door. 

Elke koker is specialistisch geörganiseerd op een andere plek. Centrumplekken als Bolsward, Gorredijk en Grou zijn hun bestuur kwijtgeraakt. Het is echt zoeken. Bij Culturele Hoofdstad hebben we dat gemerkt toen we contactpersonen zochten in dorpen of steden. Er wonen wel mensen, maar ze kennen elkaar niet. We moesten ergens aanbellen met de vraag: waar moeten we zijn? De netwerken zijn weg. We moeten al onze structuren opnieuw opbouwen. Dat gevoel van 'samen leven' zit niet meer in de samenleving. Er is geen centrum. Als er meer bestuur in de dorpen en wijken zou zijn, weten we elkaar beter te vinden, en niet via allerlei omwegen.''

Terug naar vroeger gaan we niet, dus hoe zou je dat willen veranderen?

''Door dorpsburgemeesters aan te stellen. Een democratisch gekozen persoon in de dorpen en stadswijken. Ik weet nog niet hoe, maar ergens tussen het formele bestuur en de bevolking zit een vacuüm. Dat moet opgevuld worden. Daar moeten we naar luisteren. Als er zo'n persoon is, en die loopt voorop, dan maakt dat een groot verschil. Kijk naar Holwerd aan Zee. Die mannen maken het verschil.''

Wat gaat er mis?

''De afstand is te groot. Een deel van de onvrede over de onzichtbaarheid van de overheid komt daar vandaan. Als je ziet hoeveel overheidsgeld er in bepaalde Leeuwarder stadswijken wordt gestopt, dan kun je je niet voorstellen dat daar zoveel mensen zijn die ontevreden zijn over de overheid. Een gezicht van de overheid op het meest lokale niveau. Ik denk dat dat enorm zou helpen. Zo'n wijkburgemeester hoeft natuurlijk geen paspoorten te verstrekken. Het is gewoon een formeel democratisch gekozen persoon uit de bevolking, bij wie mensen hun verhaal kwijt kunnen. Het zou een besparing betekenen op welzijnswerk, en politiewerk, daar ben ik van overtuigd. Zoals het nu is, zul je bij elk volgend project weer tegen dezelfde vragen aanlopen, omdat de bestaande sociale infrastructuur er niet is.''

Hoe zie jij de rol van de journalistiek in verband met Culturele Hoofdstad?

''De journalistiek heeft baat bij hetzelfde als de cultuursector. Meer mensen van buitenaf erin. Open samenleving. Bepaalde opvattingen van bepaalde journalisten bij een krant of omroep kennen we al jaren, die veranderen niet. En: van een probleemgerichte samenleving zijn we een schandaalgerichte samenleving geworden. Bij problemen kun je je verantwoordelijk voelen om een oplossing te vinden. Over een schandaal hoef je alleen maar heel hard te roepen. Het geeft geen enkele verplichting om er iets aan te doen. Het is tijd voor bezinning. Culturele Hoofdstad vraagt om diepgang en kritische journalistiek. Hoeveel tijd steekt een medium nog in het vrijspelen van mensen om zich ergens in te verdiepen? Het is oppervlakkig. Er worden quotes gehaald bij een vooruitbedacht item. Dat gaat niet over de waarde van journalistiek en de samenleving. Als je een groot deel van het geld dat nu naar communicatie gaat in de kritische journalistiek zou steken, zou dat voor ons democratisch functioneren heel goed zijn.

Na Nynke Rixt Jukema en Klaas Sietse Spoelstra is dit het derde in een reeks van interviews met mensen die van begin af aan betrokken waren bij Leeuwarden Culturele Hoofdstad. Volgende keer: Sjoerd Bootsma.

(advertinsje)