Klaas Sietse Spoelstra: ''Je kunt zelf wat doen!''

01 jul 2017 - 07:15

Wordt Culturele Hoofdstad net zo'n feest als de Friese-reünie van Simmer 2000? Nee, zegt Klaas Sietse Spoelstra, en die vergelijking maken is niet goed. ''Dat feest ging over ons verleden, Culturele Hoofdstad gaat over de toekomst.'' En hij pleit voor het bereiken van de 'glocal goals'. ''Grote wereldproblemen kun je oppakken door te beginnen met een klein stukje van de puzzel. Achteraf wijzen naar wie het fout gedaan heeft, of de overheid de schuld geven, die tijd hebben we gehad. Je kunt zelf wat doen!''

Door Karen Bies / Finster op Fryslân

Klaas Sietse Spoelstra (Hallum, 1969) noemt zichzelf een toekomstdenker. In het bedrijfsleven was hij altijd al met strategie en vernieuwing bezig, nu doet hij dat in meer maatschappelijke en eigen omgeving. Klaas Sietse is vanaf het begin betrokken bij de ideeën voor Culturele Hoofdstad. Hij is niet in dienst van de organisatie, maar denkt mee. Hij heeft het initiatief genomen voor 'Kening fan de Greide', waar onder andere 'Birds and Brass' uit ontstaan is. Eerder publiceerde hij het stuk 'Zet je tanden in een nieuwe tijd'.

Hoe is Culturele Hoofdstad ooit bij jou terecht gekomen?

''In 2009 werd ik gebeld door gedeputeerde Jannewietske de Vries. Ik werkte nog bij KPN in Den Haag, maar woonde alweer in Fryslân. Ze vroeg mij of ik op een avond in het Fries Museum wilde vertellen hoe Fryslân meer kan doen met zijn culturele ambitie. Dat verhaal heette: 'Van kakofonie tot symfonie'. In Fryslân gebeurde van alles - iepenloftspullen, brassbands - maar het was versplinterd. Iedereen werkte voor zichzelf en toonde het niet echt aan de buitenwereld. Die versnippering zag je ook in het landschap. Wij waren trots op onze ruimte en openheid, maar tegelijkertijd plaatsten wij ook nieuwe tuinbouwkassen. Wanneer je Fryslân binnenkomt bij Lemmer, zie je eerst het bedrijventerrein. Wat willen wij nu eigenlijk? Dacht ik. In het provinciehuis vond ik geen lange termijnvisie, er was niet iemand aanwezig die over de economie van bijvoorbeeld 2030 kon praten. Plannen waren leeg en ideeloos. Ik vroeg mij af: kunnen wij een moment bepalen, over zo'n 10 jaar, dat wij de kwaliteiten van Fryslân optellen en aan Europa laten zien? Dat was voor mij het begin van het meedoen aan Culturele Hoofdstad. Ik zag het als een soort van katalysator, een prachtig vehikel. Een reden om over de toekomst na te denken.''

Jullie werkten zonder de bestaande instituten, met een selecte groep mensen. Tenminste die indruk kreeg ik, want de pers was er nooit bij. Was dat met opzet?

''In het begin was er weinig belangstelling voor ons. De klacht van journalisten was: ''We zien niet wat er gebeurt, jullie moeten ons uitnodigen.'' Nee, onzin. Zijn jullie journalisten of niet? Jullie moeten gewoon scherper zijn, het aanvoelen. Journalisten zitten te veel vast aan bureau's en programmaformats. Eind 2009 organiseerden wij in de galerij van Steven Sterk een 24-uurs tentoonstelling met als thema: 10 jaar vooruitkijken. Daarna begonnen we in het kerkje van Britswert 'Station Fryslân 2018' - later in de Blokhuispoort - discussies over toekomstige thema's van Fryslân - landschap, krimp, armoede, jongeren die weggaan, de Friese taal. Geen pers erbij, geen mensen die vanuit een belang praten, maar gewoon als burger. Zo konden we zien hoeveel mensen kwamen bovendrijven. Wetenschappers, architecten, ondernemers, kunstenaars. Er is veel talent, maar mensen zitten soms achter een boom verstopt, die hoeven zichzelf niet altijd te horen op de radio. Zo onstond er een nieuw netwerk en zetten wij dingen op de agenda.''

Bij LF2018 wordt vaak de vergelijking gemaakt met Simmer 2000. Dat was nog eens een feest. Friezen onder elkaar vanuit de hele wereld. En: zo mooi wordt het nooit weer.

''Natuurlijk was er niets mis met Simmer 2000. Maar dat ging over het verleden, Culturele Hoofdstad gaat over de toekomst. Alleen dat al maakte het onzeker. Was zal de Friese gemeenschap worden? Het is een worsteling over de identiteit. Er zijn zoveel vragen, wat willen wij met elkaar? Er zijn meningsverschillen, de toekomst is onzeker.''

Hoe ben je omgegaan met de weerstand?

''In het begin hebben wij mensen tegen ons gehad. Aan de politiek-bestuurlijke hoek hadden wij niets. Ook de journalistiek was vaak negatief. Elkaar intellectueel afmaken, dat konden wij goed in Fryslân. De discussie over de Friese identiteit was een reflectie naar het verleden. In de literatuur was polemiek over waar we vandaan kwamen, nooit over waar we naartoe moeten. Die historische context, daar kreeg ik uiteindelijk genoeg van, ik wilde met de toekomst bezig. Dat kwam ook omdat ik vader was geworden. Mijn dochter is nu net elf. Ineens begin je in generaties te denken, in verantwoordelijkheden voor ons land en maatschappij. Het gaf mij een enorm positieve drive.''

Dat verhaal van Fryslân, waar jullie zo druk mee bezig zijn, zie je dat genoeg terug?

''We hebben lang met het thema van Culturele Hoofdstad omgeknutseld. Van 'gemeenschap' is het 'open gemeenschap' geworden. Alles verandert. Wij blijven niet hangen in dorpen en steden, internet maakt de gemeenschap groot en toegankelijk. In de organisatie van Culturele Hoofdstad werd al snel van mensen gewisseld. Nieuwe accenten, dat verfrist. Maar de zorg is dan wel: die houdt de rode draad in de gaten? Wij hebben niet voor niets de CH-competitie gewonnen. Wij zijn bijna tien jaar bezig om een nieuwe vorm voor Fryslân te vinden. Wij hebben het steeds maar over fonteinen en reuzen, maar het echte verhaal ligt daaronder.''

Wat is er misgegaan bij de fonteinen?

''De fonteinen hebben een verkeerde start gemaakt. Als de bedenkers tegen een stad hadden gezegd: een topkunstenaar helpt jullie om te vertellen wat jullie verhaal van de stad is, in de vorm van een fontein. Dan was er ook schrik geweest, dan had je ook vier weken ellende over je heen gekregen, maar dat is functioneel, als je het maar goed doet. Vergelijk het met een acupuntuur-naald steken in de huid van de gemeenschap. Het doet even pijn, maar het heeft een functie, namelijk om de dialoog op gang te brengen. Uiteindelijk had iedereen meegesproken en daarna kunnen vertellen waar die fontein voor staat.''

Wat wil je met Culturele Hoofdstad teweeg brengen?

''Wij kunnen met Culturele Hoofdstad grote thema's oppakken - armoede, het klimaat, de migratie - wij pakken deze thema's vast en vertalen ze naar lokale doelen. 'Glocal goals' noemen we dat. Met de grutto hebben wij het eigenlijk over wereldwijde problemen van de biodiversiteit. Met 'Birds and Brass' gaat het over meer dan de verschraling van het landschap. Net als de weidevogel is de blaasmuziek een belangrijke kwaliteit van Fryslân, maar in de fanfares missen ze ook jonge kuikens, de nieuwe leden. De grutto is dan een spiegel voor de mens. De krimp en de leefbaarheid van ons platteland is een groot probleem maar neem Holwerd aan zee: een dorp dat zichzelf opnieuw aan het uitvinden is. Ik vind zoiets geweldig!''

Dat hangt dus veel af van de mensen zelf: of ze de nek willen uitsteken.

''Wanneer de wereldproblemen zo groot worden dat de politiek en bestaande instituten ze niet kunnen oplossen, moet je beginnen met een klein stukje van de puzzel. Neem vluchtelingen: wanneer het op tv of op school erover gaat is het zo'n groot probleem, dat mijn dochter er onrustig van wordt. Maar wanneer wij in Easterein of Jorwert een huis verbouwen zodat er een vluchtelingengezin in kan wonen, hebben wij een lokale bijdrage geleverd aan het oplossen van een globaal probleem. De opkomst van regiobanken en lokale energiecoöperaties zijn veranderingen die passen op een regionale schaal. Daarvoor moet je wel een mentaliteit hebben van 'do it yourself'. Je kunt verkrampen of de hele dag wijzen naar wie het verkeerd heeft gedaan, of de overheid de schuld geven. Maar die tijd hebben wij gehad, jongens. Wij gaan nu op een aardappelkistje staan, wij steken de vinger op en we zeggen: wij zullen er iets aan gaan doen.''

En wat draag je er zelf aan bij?

''In feite kun je dat ook zeggen over mijn rol bij Culturele Hoofdstad: ik heb besloten om mij te richten op een paar projecten. Ik sta op afstand van de centrale organisatie. Er wordt wat mij betreft teveel gepraat over de evenementen, maar te weinig over de betekenis van die evenementen. Ik blijf een buitenboordmotor, heb ik besloten. Met die afstand kan ik de boel op een andere manier op gang houden, maar ook kritiek geven of met de vuist op tafel slaan.''

Je kunt er moedeloos van worden, maar dat is bij jou, geloof ik, niet het geval. Wat is je drijfveer?

''Ik had een goede baan in Den Haag, toen ik graag weer terug wilde naar Fryslân. Ik zie deze periode als een maatschappelijke stage. Ik krijg er energie en inspiratie van. Onderaan de streep zijn het misschien wat moeilijkere jaren. Maar ik hoef alleen maar naar mijn dochter te kijken om te weten waar ik het voor doe.''

Hoe zie je het feest van komend jaar, LF2018, voor je?

''Dat mensen in Fryslân zelf op dat zeepkistje gaan staan en zeggen: ik wil iets doen aan de toekomst van onze regio! In Dokkum hadden ze eerst gedoe over die fontein. Ik hoop dat er dan gewoon vijftig jongens van het Frieslandcollege bij elkaar komen en dat ding bouwen, en dat ze dan zeggen: ''Dit is onze fontein, o wee als je hier aankomt, want dit hebben wij gemaakt en dit is ons verhaal.

Culturele Hoofdstad laat onze maatschappij zien via cultuur. Ik wil dat we komend jaar onszelf even optillen in zelfbewustzijn, dat we op verschillende terreinen dingen hebben opgestart. Bert Looper, directeur van Tresoar, zegt het goed wanneer hij over de Friese identiteit spreekt: ''We zijn de volgende fase van onze geschiedenis aan het uitvinden.'' Wat voor vorm dat wordt, wat voor gezicht het krijgt, dat weet ik ook niet, maar ik hoop dat het, achteraf gezien, toch wel een schakelmoment in de geschiedenis is geweest.''

Dit interview staat ook op de website van Finster op Fryslân. Het is de tweede in een reeks interviews met mensen die vanaf het begin betrokken waren bij de ideeën voor Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018. Eerder spraken we met Nynke Rixt Jukema. Volgende keer: Oeds Westerhof.

(advertinsje)