Het coronaschooljaar van Alida, Jellie en Franc: paniekaanvallen en geen knuffel voor oma

26 des 2020 - 14:23

"Toen ik nadacht over wat ik opschrijven moest over deze periode dacht ik: er gebeurt eigenlijk niks. Wat moet ik dan opschrijven? Maar dat is het juist: er gebeurt niks, terwijl ik op mijn zeventiende juist van alles mee zou moeten maken." Dat zegt Jellie de Vries als ze met klasgenootjes Franc van der Werff en Alida Veenstra en docent Auke Zeldenrust praten over deze bijzondere tijd.

Alida Veenstra, Jellie de Vries en Franc van der Werff - Foto: Geartsje de Vries

Auke Zeldenrust is docent maatschappij en media op een gymnasium in Leeuwarden. Aan het begin van het schooljaar heeft hij de vijfdejaars leerlingen de opdracht gegeven om op te schrijven wat de coronacrisis met hun doet, want "het is een historische tijd. Jullie moeten dit vastleggen, niet alleen omdat dit nu een schoolopdracht is. ook omdat dit zo bijzonder is, dat jullie dit later terug willen lezen."

De leerlingen leveren net voor de kerstvakantie allemaal een epistel in met een beschrijving hoe ze hun voelen, wat ze denken en wat voor gevolgen het voor hen zelf en hun naasten. Zesentwintig heel persoonlijke verhalen van kinderen van zestien en zeventien jaar over eenzaamheid, quarantaine, paniekaanvallen, depressie en vermoeidheid.

Zeldenrut, naast docent ook verslaggever bij Omrop Fryslân, was verrast. "Het hakt er zo hard in. Dat hebben wij niet zo in de gaten. We zeggen wel telkens tegen elkaar dat het voor de jongeren heel erg is en dat we om hun moeten denken, maar nu staat het er zwart op wit, beschreven door de jongeren zelf."

Auke Zeldenrust over wat de leerlingen beschrijven

Alida Veenstra uit Wytgaard kreeg paniekaanvallen. "Het is niet zo dat dat zo ineens gebeurde. Ik heb er al een paar jaar last van. Maar door de corona wordt het weer meer. Ik begin te piekeren en raak de controle kwijt."

Wat er dan precies met haar gebeurt, kan ze niet uitleggen. "Dat is niet te beschrijven. Ik kan niet vertellen wat er met mij gebeurt als ik zo'n aanval heb." Op de vraag hoe ze er weer uit kan komen, antwoord ze: "Door afleiding te zoeken. Muziek maken, werken en met vriendinnen praten. Maar juist dat is nu zo moeilijk."

Foto: Omrop Fryslân, Auke Zeldenrust

Alida Veenstra over paniekaanvallen

Voor Franc van der Werff uit Surhuizum is het anders. "Voor mij is er niet veel veranderd. Ik was eerst wel blij dat we niet naar school hoefden en dat de toetsweek niet doorging, maar ik ben er nu wel klaar mee." In zijn opstel beschrijft Franc hoe eerst zijn moeder corona kreeg en later de hele huishouding. "Eén voor één werden we ziek en juist toen ik dacht dat het aan mij voorbij zou gaan, werd ik ook ziek."

Het kijgen van online lessen was moeilijk voor Franc. "Ik heb ook wel eens de les aangezet, maar dan volgde ik die niet. Dan deed ik wat anders." Maar als dan de toetsweek dichterbij komt, beseft hij dat wel wat moet doen.

Franc van der Werff

Pinegrove

"Eerst was ik heel egoïstisch: het enige dat ik belangrijk vond in maart toen Rutte een persconferentie gaf, was de vraag of ik wel of niet het concert van mijn favoriete band - Pinegrove - kon. En toen zei hij: "Alle bijeenkomsten van meer dan honderd mensen worden afgeschaft." Mijn jaar is verpest, dacht ik, en ik ben naar boven gegaan. Ik heb de rest van de persconferentie niet eens meer gekeken", zegt Jellie de Vries. Ze beschrijft het ook in haar opstel. Verder schrijft ze bijna filosofisch.

"Zoals ik aan het begin van de lockdown letterlijk uit het raam keek, keek ik daarna ook figuurlijk uit een raam. Ik kon via de media volgen wat er gebeurde buiten mijn huis, buiten mijn kleine dorpje in Friesland. Elke dag zag ik talloze dingen door dat raam. Ik zag dokters hard aan het werk, mensen worstelen tegen ziektes en winkels op het randje van faillissement. Maar ik zat thuis achter het raam. Losgekoppeld van alles wat leuk was, losgekoppeld van alles wat akelig was, losgekoppeld van echt gewoon alles".

Jellie de Vries

Alle drie vinden ze het moeilijk om niet meer met opa en oma te kunnen knuffelen. "Alle weken ben ik bij oma, want ik maak daar schoon. En als ik dan weer vertrek, dan geven we elkaar een knuffel. En nu praat ik door het raam met haar. Oma vindt dat heel moeilijk, ze moet daarom huilen," vertelt Alida. Elkaar aanraken hoort bij de mens, het zit in onze natuur, denkt ze. Zoals we nu met elkaar omgaan, hoort niet bij ons.

In haar opstel schrijft ze: "Ik vind anderhalve meter onmenselijk. Mensen hebben behoefte aan contact. Oma was verdrietig, omdat haar kleinkinderen geen knuffels meer mochten geven. Mensen overtreden niet zomaar de regels. Je kan niet met afstand leven."

Alida Veenstra over haar oma

Over de vraag of er ook wat positiefs uit deze tijd komt, moeten de drie gymnasiasten diep nadenken. Uiteindelijk komen ze erop dat ze wel wat geleerd hebben. Dat school meer is dan een instituut waar ze van alles leren en dat hun klaarstoomt voor de toekomst. Het is ook de plek waar ze sociale vaardigheden leren, vrienden maken en elkaar dingen vertellen die ze thuis niet vertellen. Alida vertelt over een bijzondere les die ze gehad hebben met docent Zeldenrust. "Toen voelde ik echte verbinding met mijn klasgenoten."

Zeldenrust is blij dat Alida dat gezegd heeft, want "dat voelde ik ook. Ik heb na de les ook nog met een groepje leerlingen nagepraat. Heel bijzonder was dat. Kijk, in deze tijd van afstand kunnen we verbinding maken door een ander ons verhaal te vertellen. Met dit project is dat geslaagd. We hebben elkaar vertelt wat ons bezig hield, waar we mee zitten wat we moeilijk vinden. We hebben naar elkaar geluisterd en dat heeft voor verbinding gezorgd."

(Advertentie)
(Advertentie)