Jubileumboek Boelenslaan en Houtigehage: dorpen bestaan 100 en 90 jaar

16 nov 2020 - 08:45

In 2020 en 2021 vieren twee dorpen een jubileum: Boelenslaan en Houtigehage bestaan 100 en 90 jaar. Daarom is er door Martinus Jongsma en Jaap Jongejan een boek geschreven over de geschiedenis van deze jonge dorpen: Twa doarpen op 'e heide. Dat boek werd dit weekend gepresenteerd.

Een spitkeet in Houtigehage in 1923 - Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed | Klaas Uilkema

De dorpen stonden vroeger bekend als arme heidedorpen. Eigenlijk waren het officieel nog geen dorpen, maar buurtschappen op een ander dorpsgebied. Boelenslaan had in het verleden de naam Feanster Heide (Surhuisterveensterheide). Het viel onder Surhuisterveen en werd pas in 1921 een zelfstandig dorp. Het dorp kreeg de naam van de familie Boelens, die naast een buiten in Buitenpost ook veel grond en turfland hadden. Die naam werd mede gekozen om het beeld van de streek als arme heidenederzetting te vergeten.

Een van die andere heidedorpen in het Fries-Groninger grensgebied was Houtigehage, dat in 1930 een eigen dorp werd en daarvoor onder Drachten en Rottevalle viel. De dorpsnaam wijst op een gestreepte grond die overbleef na de veenwinning.

Foto: Plaatselijk Belang Houtigehage

Schrijvers Martinus Jongsma en Jaap Jongejan

Heidedorpen

Beide dorpen zijn in de loop van de 18e en 19e eeuw op de heide ontstaan als een soort veenkoloniën. Er werd turf gestoken en daardoor woonden er veel arbeiders. Na de veenderij bleven veel arbeiders in armoede achter. Ze woonden vaak in spitketen en de heidedorpen hadden een slechte naam omdat andere dorpen op hen neerkeken, al was het imago niet terecht.

In het boek is aandacht voor veel verschillende onderwerpen. Er staan anekdotes en foto's in, maar ook bijvoorbeeld oud kaartmateriaal en verklaringen van straatnamen. De middeleeuwse kloosters in de omgeving komen voorbij, maar ook de oorlog, het voetbal en de geschiedenis van het socialisme in Boelenslaan en het communisme van Houtigehage.

Communistische klompjes in Georgië

Schrijver Jaap Jongejan vertelt dat er zo ook iets moois ontdekt is over het communisme. "Het blijkt dat er in het Stalin Museum in Georgië een paar rode, beschilderde klompjes achter in een vitrine liggen. Die klompjes zijn in 1949 door de lokale afdeling van de CPN naar het Oosten gestuurd vanwege de 70ste verjaardag van Jozef Stalin, de leider van de Communistische Partij."

Dat er klompjes verstuurd zijn, is geen toeval. "In de heidedorpen waren veel klompenmakers. Dat kwam ook door de werkverschaffingsprojecten, die onder andere opgezet werden door de bekende dominee-evangelist Visser."

Martinus Jongsma en Jaap Jongejan zijn bijna een jaar bezig geweest met het schrijven van het boek, dat vanaf 14 november te koop is.

Het verhaal van de communistische klompjes

(Advertentie)
(Advertentie)