Vrijwilligers serieus genomen bij inzet rampen Waddenzee

07 nov 2020 - 08:31

Rijkswaterstaat en partijen die grote groepen vrijwilligers vertegenwoordigen, zijn nu met elkaar in gesprek om in de toekomst de gevolgen van een ramp zoals met MSC Zoe, beter te kunnen opvangen. Vrijwilligers waren erg belangrijk bij het snel opruimen van de troep van het containerschip. Afgelopen week vond er voor het eerst een digitale bijeenkomst plaats tussen Rijkswaterstaat en onder andere wadlopers, natuurbeheerders en het Rode Kruis. Het was tijd voor een verkennend gesprek.

Foto: Omrop Fryslân, Hayo Bootsma

Fotograaf en Waddenloopgids Henk Postma was er bij, begin 2019, toen de inhoud van 342 containers voor een deel aanspoelde en aan land waaide. "Dat waren natuurlijk hectische dagen. Ik was op die dag zelf hier in het Waddengebied en ik zag de rommel op de zeedijk en in de kwelders liggen. Dan gaat er wel wat door je heen. Dat is een beeld dat je gewoon niet wilt zien. Je accepteert het ook niet. Als je ziet wat er allemaal ligt, dan denk je: hoe kunnen we dat hier weg krijgen? Maar we zagen dat honderden vrijwilligers, burgers en toeristen al bezig waren om met man en macht op te ruimen. Want het was kerstvakantie."

'Professionele vrijwilligers'

Postma vertegenwoordigt 50 wadloopgidsen en met een vertegenwoordiger van de 50 wadloopgidsen van Waddenloopcentrum Pieterburen nam hij deel aan de online vergadering met Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat heeft een gesprek met wat zij 'professionele vrijwilligers' noemen: mensen die beroepshalve of op een andere manier erg goed thuis zijn op het Wad. Dat geldt niet voor iedere vrijwilliger. Een actie om MSC Zoe-vuil van zandplaat It Rif te halen, van afgelopen jaar, werd bijvoorbeeld al na een half uur afgebroken. Mensen waren niet goed voorbereid op het koude weer, of op het feit dat ze ook voor een deel door het water moesten.

Henk Postma, fotograaf en waadgids - Foto: Omrop Fryslân/Remco de Vries

En ook al hebben die 'gewone' vrijwilligers een groot verschil gemaakt met hun opruimwerk: er zijn ook andere mensen nodig. "Mensen met bijvoorbeeld terreinkennis, die bekend zijn met het Waddengebied, die kennis van de natuur hebben en ook de uitrusting hebben", zo zegt Postma. Na het avontuur op It Rif vroeg de KNRM ook om dat soort mensen, en Postma moest meteen denken aan de andere waddenloopgidsen. "Die hebben topografische kennis, de juiste kleding en weten wat ze op het Wad kunnen verwachten, en weten waar je kunt komen en waar niet."

"Blij mee"

Dat er nu serieuze gesprekken op gang komen over de inzet van in dit geval professionele vrijwilligers is goed nieuws, vindt Postma. "Daar zijn we heel blij mee. Dat is een teken dat er ook geluisterd wordt. Je bent er natuurlijk niet om je als groep aan te bieden." Er moet natuurlijk het één en ander worden geregeld. Wat dat betreft zijn er al een aantal zaken voorbij gekomen, volgens Postma: "Mensen moeten bijvoorbeeld worden opgeleid. Er moet een trainingsprogramma komen, maar niet voor allemaal want we hebben nu een 2.000 vrijwilligers. Dat zou te veel zijn, om al die mensen te trainen. Daarom zeggen we: zet er een selecte groep op die je traint. Volgens het principe 'trainer en trainer' gaat dit verder naar de rest van de groep. Op die manier willen we dat uitrollen over al die vrijwilligers die dan inzetbaar zijn." Bovendien moet er dan een soort van organisatie worden opgezet.

Petearen oer ynset saakkundige Waadfrijwilligers by rampen sette útein

In Henk Postma's filosofie wordt het Wad er alleen maar beter van wanneer officiële instanties gebruik maken van de mensen die in het Waddengebied wonen en werken, bij het beschermen van het Wad. Het idee om meer te doen met vrijwilligers bij bijvoorbeeld een olieramp op het Wad is ook niet nieuw. Er zijn voorbeelden in het buitenland, waarbij de inzet van vrijwilligers al voordat een ramp plaatsvindt, geregeld is. Zo hoeven ze het wiel niet opnieuw uit te vinden tijdens een noodsituatie.

(Advertentie)
(Advertentie)