De toan fan Anne-Meta Kobes: "Zon"

Anne-Meta Kobes, de toan fan
Anne-Meta Kobes © Jantina Scheltema
"Opeens was er een hele dag zon! Ik voelde het zomaar op mijn vingers waar nu eens geen handschoenen omheen hoefden. Dat licht nodigde uit voor een fietstocht. Ik raakte zelfs tot in Nes. En onderweg groette iedereen elkaar vrolijk. Het leek of de schapen op de waddendijk nu extra gretig graasden. Of de vogels met extra gejubel opvlogen. En ik zag al zo'n spreeuwenwolk, die wonderlijke figuren maakte tegen een wolkenloze lucht. De zon was een verademing.
Het grijze van de winter kan ook heerlijk knus zijn. Een excuus voor gezellig bij elkaar en vuren aan en lange films kijken op de bank. Maar in zo'n cocon kan je niet altijd verkeren. Er moet ook gewerkt worden en geleefd en dingen gedaan. Om daarvoor in beweging te komen, is zonlicht heel fijn. Het maakt het verschil. En ik begon dat verschil deze weken steeds meer te missen. Het voelde alsof er deze winter meer getemperde dagen waren dan voorheen.
De toan fan Anne-Meta Kobes
Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut vatte de winter vast voor ons samen: in december trokken er bijna continue lagedrukgebieden over de Noordzee naar het oosten. Daardoor was de eerste wintermaand zeer nat: er viel in december vrijwel elke dag neerslag. In januari bleef de nattigheid. Veel land liep onder water. Maar toen er vorst kwam gaf dat ook de mogelijkheid tot schaatsen. Soms zelfs in de stralende zon, want we hadden in januari landelijk gezien wel twintig méér zonuren dan gemiddeld. 86 zonuren in totaal.
De zonkracht nam toe in februari en zo we beleefden de warmste februarimaand sinds het begin van de metingen in 1854, toen het KNMI werd opgericht en de metingen werden gestandaardiseerd.
Het verslag van het instituut hielp me om de balans op te maken. Ja, mijn gevoel klopte: er waren echt veel grijze, natte dagen deze winter. Maar over het algemeen was het niet heel koud. En we kregen zo nu en dan toch ook een stevige portie zonlicht.
Thuisgekomen van de fietstocht naar Nes, zag ik dat in de voortuin een hele rij paarse krokkussen was opgekomen. Ik dacht terug aan hoe die er gekomen waren. Drie jaar geleden, toen er door de scholieren van het eiland in heel veel tuinen bolletjes waren verstopt. Zodat deze eerste bloeiers de voorbijgangers verrassen zouden. En vertellen: er is lente op komst! En die boodschap was net wat ik nodig had."