Britten en Terschellingers hebben ruzie over oud scheepswrak

21 sep 2016 - 15:58

In Groot-Brittannië zijn ze boos op het Terschellinger bergingsbedrijf Friendship Offshore. Volgens de Engelsen hebben Terschellinger duikers onderdelen gestolen van het oorlogsschip Queen Mary, dat in 1916 zonk voor de kust van het Deense Jutland.

De bergers hebben de afgelopen jaren oude metalen uit het wrak gehaald en zouden dat voor eigen gewin hebben gedaan. Zoiets valt niet goed bij de Britten. Die vinden dat ze het wrak met rust moeten laten. De 1266 bemanningsleden hebben daar hun graf gevonden, dat nu dus geschonden is.

Ook volgens de Nederlandse wet is plunderen strafbaar omdat het verstoren van een scheepswrak als economisch delict geldt.

Slag

De slag bij Jutland was de grootste zeeslag van de Eerste Wereldoorlog. De twee dagen durende strijd kostte aan ongeveer 9.000 Duitsers en Britten het leven. De Queen Mary is een van de 25 marineschepen die gezonken is.

In Fryslân Hjoed vertelt Timo Jepkema wat hij op Terschellig ontdekte over de kwestie. In de studio zit Björn Sloos, voorzitter van de stichting Maritiem Onderzoek, en fanatiek duiker.

Deel dit bericht op:
(advertinsje)
(advertinsje)